Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

99. Gelijktijdig met de origineele verantwoordingstaten moeten aan Bijlagen der den Directeur worden opgezonden: verantwoor-

bij de staten form. IV: dingstaten. le. de origineele form. IV der hulpkantoren;

2e. de op nieuwe inleggers betrekking hebbende formulieren I, alsmede de formulieren XX en XXI betreffende inleggers uit Nederland, wier tegoed is overgedragen; bij de staten form. VIII:

le. de origineele formulieren VIII der hulpkantoren met de bijlagen;

2e. de voor voldaan geteekende quitantiën wegens rechtstreeksche terugbetalingen en orders van betaling met de betrekkelijke aanvragen, zoomede c. q. de ingeleverde vervallen orders van betaling;

3e. de afbetaalde spaarbankboekjes c. q. met de daarbij behoorende penningen;

4e. de Directieboekjes, waarop terugbetalingen hebben plaats gehad.

Aanv. De door de inleggers onderteekende betalingstukken moeten voor den Directeur het bewijs opleveren, dat de betalingen aan de rechthebbenden zijn geschied. Daartoe moeten de op die stukken gestelde handteekeningen overeenkomen met die, welke voorkomen in het stamregister en op de ter Directie bewaarde formulieren I. Indien de inlegger zijne handteekening heeft gewijzigd of sedert heeft leeren schrijven, wordt hem het stamregister op nieuw ter teekening voorgelegd, zoomede een form. I, dat aan de Directie wordt toegezonden tegelijk met het voor de terugbetaling vereischte bewijsstuk. Vooraf moet dan echter worden onderzocht op de wijze onder 72 omschreven, of het inderdaad de inlegger is, die de handteekening stelt. Bij geringere verschillen kunnen opmerkingen van de Directie worden voorkómen door op het bewijsstuk, voor de terugbetaling de verklaring te stellen: „Mij bekend", welke verklaring door den postambtenaar moet worden onderteekend. Die verklaring beteekent dan, dat er geen twijfel aan de identiteit van den aanvrager bestaat, hetzij doordat deze aan den postambtenaar persoonlijk bekend is, hetzij doordat de postambtenaar op de onder 72 voorgeschrevene wijze zich van de

identiteit van den aanvrager heeft overtuigd.

100. Inleggers, die niet kunnen schrijven, onderteekenen de quitantiën wegens rechtstreeksche terugbetalingen, zoomede de kwijtingen op de orders van betaling met een kruis of eenig ander handmerk. Hieronder wordt eene verklaring gesteld, waaruit blijkt, dat het handmerk van den inlegger is.

De verklaring wordt door twee bij het kantoor of hulpkantoor bekende getuigen onderteekend.

Aanv. Kan een inlegger niet schrijven, dan worden de voor de terugbetaling vereischte stukken door den postambtenaar voor hem opgemaakt en geschiedt de onderteekening daarvan op de hierboven voorgeschreven wijze, nadat de postambtenaar het onderzoek naar de identiteit volgens de voorschrifen onder 72 heeft ingesteld. De medeonderteekening der getuigen dient alleen als bewijs voor den Directeur dat de terugbetaling inderdaad aan den aanvrager is geschied

Handmerken en getuigen.

Sluiten