Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Indien de hulppostcommies bij toeval het noodige geld voor de gevraagde terugbetaling beschikbaar heeft, gaat hij daartoe dadelijk over op een quitantieformulier V, doch alleen als er geen twijfel bestaat aan de identiteit van den aanvrager. De hulppostcommies stelt dan op het form. V de aanteekening: „Inlegger mij bekend", welke verklaring door hem moet worden onderteekend.

In andere gevallen, welke de regel zullen zijn, wordt het verzoek om rechtstreeksche terugbetaling door den hulppostcommies aan het kantoor overgebracht door middel van een aanvraag-form. Vlo of VId, waarop eveneens de aanteekening wordt gesteld: „Inlegger mij bekend", voor het geval de hulppostcommies kan instaan voor de identiteit van den aanvrager. Zoo neen, dan wordt door het kantoor de handteekening op de aanvraag vergeleken met die van den inlegger in het stamregister, en worden achter op het aanvraag-form. VI de gegevens uit het stamregister overgenomen, waarmede de hulppostcommies vóór de terugbetaling de identiteit van den aanvrager alsnog moet vaststellen.

Behalve de identiteit van den aanvrager, moet door den hulppostcommies ook worden onderzocht of het tegoed op het spaarbankboekje de rechtstreeksche terugbetaling van het gevraagde bedrag toelaat; bestaat daartegen geen bezwaar dan schrijft de hulppostcommies boven op het formulier het woord „rechtstreeks".

Het aanvraag-formulier VI, voorzien van de noodige aanteekeningen van den hulppostcömmies, wordt door dezen per eerste postgelegenheid aan het kantoor toegezonden als eene bijlage eener nota model N2, waarbij opgave wordt gedaan van den stand van de kas van het hulpkantoor. Het kantoor zendt de aanvraag per eerste postgelegenheid terug aan het hulpkantoor onder bijvoeging van het terug te betalen bedrag of van zoodanig ander bedrag als de hulppostcommies, in verband met den op de nota volgens model N2 vermelden stand zijner kas, voor het doen van de terugbetaling noodig heeft, waarbij dan zoo noodig aan den hulppostcommies de hoogerbedoe 1 de gegevens uit het stamregister van het kantoor worden medegedeeld.

De terugbetaling bij het hulpkantoor geschiedt dan op een quitantie-form. V, dat bij den verantwoordingstaat van terugbetalingen form. Vlll van het hulpkantoor moet worden overgelegd.

181. Aanvragen om terugbetaling, welke niet rechtstreeks kunnen geschie- Terugbetalinden, worden door den hulppostcommies per eerste postgelegenheid opgezonden gen op order aan het kantoor ter doorzending aan den Directeur. Na onderzoek van de van den aanvraag geschiedt die doorzending eveneens per eerste postgelegenheid. Directeur.

Tegelijk met de verzending van de order van betaling rechtstreeks aan het adres van den inlegger, zendt de Directeur de aanvraag terug aan het kantoor, dat te zorgen heeft voor onverwijlde doorzending daarvan aan het hulpkantoor, onder bijvoeging van de noodige fondsen voor de uitbetaling van de order.

Aanv. Het heen en weer zenden van de aanvragen moet zoo weinig mogelijk vertraging ondervinden. Ook moet de van den Directeur terug ontvangen

Sluiten