Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

REGELING VAN DE VERGOEDINGEN AAN HET PERSONEEL VAN DEN POST- EN TELEGRAAFDIENST VOOR ZIJNE BEMOEIINGEN IN ZAKE DEN DIENST DER POSTSPAARBANK.

Bij het besluit van den Gouverneur-Generaal van 2 December 1906 No. 1, gewijzigd bij besluit van 17 November 1909 No. 24 is, bij wijze van proef, bepaald dat:

I. aan het personeel van den Post- en telegraafdienst als vergoeding voor zijne bemoeiingen in zake den dienst der Postspaarbank wordt toegekend:

A aan de ambtenaren en beambten, die op de kantoren met den loketdienst der Postspaarbank zijn belast, alsmede aan de hulppostcommiezen:

a. f 0.02'/2 (twee en een halven cent) voor elke inlage en elke terugbetaling, met dien verstande, dat het aantal terugbetalingen, waarvoor de vergoeding wordt toegekend, niet meer kan bedragen dan de helft van het aantal inlagen en voor het kantoor Weltevreden niet meer dan drie-vierde van het aantal inlagen;

b. ƒ0.10 (tien cent) voor elk aan een Inlander uitgereikt spaarbankboekje, dat na twee maanden nog niet is vervallen;

B. aan de kantoorchefs ter verdeeling tusschen hen zeiven en het personeel op de kantoren, dat met den dienst der Postspaarbank bemoeienis heeft zonder met den loketdienst te zijn belast, ƒ0.50 (vijftig cent) per duizend gulden van het bedrag der inlagen;

II. geene vergoeding zal worden toegekend, indien het totaal bedrag volgens den bij § I vastgestelden maatstaf voor een kantoor minder zou bedragen dan ƒ 10— (tien gulden), vermeerderd met ƒ5— (vijf gulden) voor elk hulp- of bijkantoor;

III. de vaststelling der in § I en II bedoelde vergoedingen, volgens door den Directeur der Postspaarbank te verstrekken gegevens, kantoorsgewijze zal geschieden door den betrokken Departementschef, die het totaal der toe te kennen bedragen ter beschikking stelt van den Hoofd-Inspecteur, Chef van den Post- en Telegraafdienst, ter verdeeling volgens door dezen Hoofdambtenaar te stellen regelen;

IV. de toekenning der vergoedingen geheel of gedeeltelijk achterwege blijft, indien naar het oordeel van den Directeur der Postspaarbank gepoogd is het bedrag daarvan kunstmatig te verhoogen of de uitoefening van den dienst te wenschen heeft overgelaten.

Sluiten