Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rassen verkregen. Men maakte daarbij gebruik van de bestaande landrassen en zocht hiervan de dieren voor het bepaalde doel uit.

Vroeger meende men dat de landrassen constant waren en dus niet veranderd konden worden. De ervaring leert echter het tegendeel, namelijk dat men ook in een landras in eene bepaalde richting kan aanfokken.

In dit geval kan men dan spreken van een veredeld landras of van een fokras dat in zich zelf veredeld is en als zoodanig b.v. het Groningsche en Friesche rundvee beschouwen.

De meeste fokrassen zijn echter verkregen door kruising, dat is door het paren van rassen onderling, teneinde eigenschappen, die een ras niet in voldoende mate bezit, van een ander ras er in over te brengen.

De verschillende land- en fokrassen zullen in de deeltjes over de Bijzondere Veeteelt worden vermeld. Als voorbeeld van een landras noemen wij hier slechts het oude Groningsche schaap (Fig. 3), dat wol, vleesch en melk voortbrengt, maar dat in geen dezer richtingen bijzonder veredeld is, en stellen daartegenover een Engelsch fokras (Fig. 4), dat eene behoorlijke hoeveelheid wol levert en daarbij zich gemakkelijk laat mesten en eene grootere hoeveelheid vleesch en vet voortbrengt.

HOOFDSTUK II.

Bouw en verrichtingen van het vee.

Om een werktuig of eene machine met goed gevolg te kunnen gebruiken, moet men weten hoe het is samengesteld en hoe het werkt. In zekeren zin kan men nu onze landbouwdieren ook als machines beschouwen, die gebruikt worden om door het voeder, hun gegeven, arbeid te verrichten of om stoffelijke producten als melk of vleesch voort te brengen. Tot goed begrip van deze productie is het dan ook in de eerste plaats noodig een behoorlijk

Sluiten