Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de spieren geplaatst zijn, korter en de hoek, dien deze met elkander vormen, kleiner (bij buigspieren) of (bij de strekspieren) grooter, Fig. 18.

De kracht door eene spier uitgeoefend is evenredig met hare dikte, dat is met het aantal vezels daarin aanwezig. De grootte der samentrekking is echter evenredig met de lengte deispieren , zoodat langere spieren meer kunnen worden samengetrokken dan kortere en dus aan-

Fig. 18. Rechter-achterpoot van het Rund; de oppervlakkig gelegen spieren van het bekken en den bovenschenkel zijn weggenomen: 1, lange rugspier; 1', ondiepe groef daarvan voor den top van de groote dijspier; 2, pees van de groote dijspier; 3, bovenste deel van de afgesneden middelste dijspier; 3', hare pees; 4, kleine dijspier; 5, pyramidevormige spier; 6, kleine tweeling; 7 , buitenste vulspier; 8, vierhoekige schenkelspier; 9, darmbeenspier; 10, rechte sehenkelspier; 11 , buitenste dikke schenkelspier; 12, bovenste einde van den achtersten kleinen kop van den buitenwaartsstrekker; 13, lange binnenwaartsstrekker; 14, dikke binnenwaartsstrekker; 14', onderste deel daarvan; 15, vereenigde korte en groote binnenwaartsstrekker; 16, buitenste tweeling- of kuitspier; 16', Achillespees; 17, dunne strekker van het spronggewricht; 18, scheenbeenbuiger; 19, voorste benedenschenkelspier; 20, lange teenstrekker; 21, lange kuitbeenspier; 21', pees daarvan; 22, strekker van de buitenste teen; 22', pees daarvan; 23, korte teenstrekker; 24, dikke buiger van het hoefbeen; 25, opbeurder van den staart; 26, zijwaartsstrekker van den staart, a, kruis-zitbeenband; b, buitenste zijband van het kniegewricht; c, spierbanden.

Sluiten