Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

betrekkelijk lang in de nieren en wordt tijd gevonden om de urine daaruit af te scheiden. Het bloed dat gediend heeft om de urine af te scheiden en de nieren te voeden, wordt in de nieraders teruggevoerd, die zich allengs tot grootere takken vereenigen, welke buiten de nier treden en ten slotte een paar takken vormen, welke in de achterste holader uitmonden. De binnenste zelfstandigheid eener nier, het niermerg, wordt hoofdzakelijk door de urinebuisjes gevormd, die, nadat zij uit de schors getreden, dicht bijeen gelegen zijn en zich twee aan twee vereenigen en in het nierbekken uitmonden. De urine, die zich hierin allengs verzamelt, wordt door de urineleiders naar de urineblaas gevoerd en van hieruit van tijd tot tijd door de urinebuis uit het lichaam verwijderd.

De voor den landbouw belangrijkste vaste stoffen, in het water der urine onzer huisdieren opgelost, zijn: het ureum, een ontledingsproduct van de eiwitstoffen en koolzure kali, van de meestal rijk aan kali zijnde voedingsstoffen afkomstig.

i. Voortplantingsorganen. Voor de voortplanting van de zoogdieren en in het algemeen van de gewervelde dieren worden twee verschillende geslachten vereischt, die overeenkomstig het verschillende geslachtskarakter, in daartoe dienende organen, de voor de voortplanting noodige kiemen bereiden. De vrouwelijke kiemen zijn de eicellen, die zich in de eierstokken ontwikkelende, achtereenvolgens in den bronsttijd tot rijpheid komen en door de eileiders in de baarmoeder geraken. De mannelijke kiemen zijn de zaadlichaampjes, die in de zaadklieren tot ontwikkeling komen en bij het dekken met de zaadvloeistof in het vrouwelijk geslachtsorgaan gebracht, zich in de eileiders met de eicellen vereenigen, dat is ze bevruchten, Fig. 5. Bij dieren die terzelfder tijd meer dan één jong ter wereld brengen, worden in den bronsttijd meer dan eene eicel bevrucht of anders: is het getal bevruchte eicellen gelijk aan 't getal jongen. Na de bevruchting ontwikkelt zich gedurende den draagtijd uit de eicel het jonge dier in de baarmoeder, terwijl het zonder bevruchting te niet gaat. Tevens ontwikkelen zich uit het ei verschillende vliezen die het dier vóór zijn geboorte om-

Sluiten