Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het varken draagt het hoofd meer omlaag, het paard door den sterkeren nekband, in vereeniging met den langeren hals, meer omhoog en daardoor is de hals bij het eerste dier meer naarbeneden, bij het laatste naarboven gebogen. Bij het paard komen ook de schoft en de heupstreek meer uit, de rug is zwak ingebogen en het kruis in den regel min of meer afhangend. Dat verschillend verloop van de bovenlijn van het lichaam en de as der wervelkolom wordt, behalve aan den hals door den nekband, veroorzaakt door de verschillende lengte der dorenuitsteeksels der wervels, die juist ter hoogte van de schoft, waar de as het meest naarbeneden gaat, het langst en op het kruis, waar zij naarboven loopt, het kortst zijn. De hoeken, die hier door de doren- en de dwarsuitsteeksels der wervels gevormd worden, zijn weder opgevuld, behalve met banden die de wervels bijeenhouden, door spiermassa's die langs den rug en voorts van hier naar de achterste en over de borstkas naar de voorste ledematen loopen, vooral in de lenden- en de schoftstreek; en door vetmassa's, op de ribben, bij de heupen, den staartwortel enz. zijn deze ruimten vooral bij een gemest dier meer afgerond.

Ook de lichaamsholte en de daarin aanwezige organen zijn niet zonder invloed op den uitwendigen vorm. Deze holte wordt door het middenrif, eene plaatvormige spier, die van de achterste rib schuin naar voren loopt en in deze richting eenigszins gebogen is, van onderen aan het achterste uiteinde van het borstbeen en zijwaarts aan de ribben gehecht is, in tweeën verdeeld: in borst- en buikholte. De borstkas kan door het meer of minder gewelfd zijn der ribben ruimer of minder ruim en door den afstand der ribben meer of minder diep zijn, en daardoor meer of minder plaats voor de longen en het hart en de daarmede verbonden groote bloedvaten geven. De buikholte kan door de meerdere of mindere ontwikkeling van maag en darmen meer of minder zijn uitgezet. Hoe deze laatste organen bij het rund in de buikholte gelegen zijn, wijst Fig. 21 van de rechter- en Fig. 22 van de linkerzijde bezien aan. Uit laatstgenoemde figuur ziet men, dat de pens nagenoeg de geheele linkerzijde van de buikholte, van af het middenrif tot de bekkenholte

Sluiten