Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schaap de tandwisseling eerst op 4i/2-jarigen leeftijd geheel is afgeloopen en de snijtanden eerst op den leeftijd van 18 maanden hebben gewisseld, heeft laatstgenoemde wisseling bij de vroegrijpe rassen reeds op den leeftijd van één jaar plaats en is de geheele wisseling op drie-, soms zelfs reeds op 2i/2-jarigen leeftijd afgeloopen.

Volgens een onderzoek van Sanson gaat met de vroegrijpheid ook eene vroegere ontwikkeling, dat is een vroeger verbeenen of vastworden van het geraamte gepaard. Men weet dat de beenderen bij de geboorte nog voor een groot deel uit kraakbeen bestaan, maar daarna in waar been overgaan, waarbij zouten, vooral phosphorzure kalk erin worden afgezet. Dit heeft nu bij vroegrijpe dieren — en niet tengevolge van meer maar van gehaltrijker voedsel, evenals de tandwisseling, op een jeugdiger leeftijd plaats dan bij laatrijpe dieren, die in den regel meer, maar voeder van minder gehalte ontvangen. Dientengevolge blijven de beenderen korter en vooral de uiteinden worden minder ontwikkeld en niet zoo zwaar, de ribben meer afgerond; de omvang, het volume der beenderen wordt kleiner; hun absoluut gewicht vermindert maar hun soortelijk gewicht neemt toe; zij worden dichter, doordien zich betrekkelijk meer minerale stoffen daarin afzetten. Zoo werd gevonden in de beenderen van vroegrijpe schapen een verhouding tusschen de minerale en organische stoffen van 67.7 : 32.3 en in die van laatrijpe van 61.4:38.6 proc., dus in de eerste 6.3 proc. aschbestanddeelen, hoofdzakelijk phosphorzure kalk, meer. De voeding met voedsel van meer gehalte heeft verder tengevolge, dat ook het darmkanaal, met name de maag en vooral bij runderen en schapen, minder wordt uitgezet.

Verder heeft men gevonden dat ook de draagtijd van vroegrijpe dieren korter is dan van laatrijpe. Zoo vond H. Nathusius de draagtijd van vroegrijpe Southdown-schapen 144 dagen, die van de laatrijpe Merinos 150; Southdown en Merinos gekruist: halfbloed 146.3; 7/g Southdown en i/8 Merinos 144 dagen.

Als gevolg van een en ander is mede, dat het den dieren uitwendig is aan te ziért' of zij vroeg- of laatrijp zijn. Vroegrijpe

Sluiten