Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over 't geheel zachter, gedweeër en vreesachtiger zijn en slechts in den bronsttijd afwijkende verschijnselen in hun leven vertoon en.

Bij de keuze der fokdieren moet met dit typische verschil rekening worden gehouden. Een mannelijk fokdier moet een mannelijk, een vrouwelijk fokdier een vrouwelijk uitzicht en karakter hebben, niet omgekeerd.

Dat werkelijk het geslachtsleven en zijne verrichtingen van invloed zijn op vorm en karakter van een dier, blijkt het best uit den invloed van het castreeren, tenminste wanneer zulks op jeugdigen leeftijd geschiedt. Vroeg gecastreerd ontwikkelt de lichaamsbouw van een mannelijk dier zich eenigszins anders; het lichaam wordt meer slank en minder gedrongen; de kop wordt niet zoo breed en gewoonlijk iets langer; hals en nek worden niet zoo krachtig; ook de ledematen worden langer en fijner van bouw, evenals het geheele geraamte, het spierstelsel en de huid. Daarbij wordt het gedweeër, minder boosaardig en in verband met een en ander de stofwisseling in eene richting gewijzigd, dat het zich gemakkelijker laat voeden en mesten.

Bij een vrouwelijk dier heeft het castreeren niet zulke veranderingen tengevolge. Wel wordt door het ophouden der geslachtsdrift, als gevolg van de castratie, de prikkelbaarheid in den bronsttijd onderdrukt en houden de andere levensverrichtingen meer hun regelmatig verloop, wat in den regel van gunstigen invloed is op de geschiktheid tot mesten, maar de lichaamsvorm en het geheele uitzicht blijven meer onveranderd, zoodat de gecastreerde met de niet-gecastreerde vrouwelijke dieren eene grootere overeenkomst in vorm en temperament vertoonen dan de mannelijke.

Dit wijst er eenigszins op dat een mannelijk dier meer neiging tot verandering vertoont dan een vrouwelijk dier. Vergelijkt men dan ook de mannelijke individuen van een ras onderling, dan blijkt dat daarin minder overeenkomst is dan tusschen de tot éénzelfde ras, slag of stam behoorende vrouwelijke dieren. Deze vertegenwoordigen meer het rastype, gene hebben meer een individueel karakter. De raseigenschappen kunnen derhalve beter naar de vrouwelijke dan wel naar de mannelijke dieren beoordeeld

Sluiten