Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daartoe. De vraag is nu: Hoe laat zich dat beoordeelen ? Gebreken in den lichaamsbouw, die op eene zwakke constitutie wijzen, b.v. eene smalle borst, een zwakke rug enz., en die doen vermoeden dat de levensverrichtingen bij een dier niet normaal zullen verloopen, laten zich natuurlijk uitwendig waarnemen. Zoo ook wijzen eene goede eetlust en eene normale spijsvertering op eene goede gezondheid. Daarmede gaan bij eene doeltreffende voeding gepaard een goede voedingstoestand en een normale groei en ontwikkeling. Blijven deze, niettegenstaande eene doeltreffende voeding achterwege of is de ontwikkeling niet harmonisch, zoo wijst zulks op het een of ander gebrek, dat het als fokdier minder doet aanbevelen. Daarbij komt het vooral aan op eene goede ontwikkeling en een gezonde toestand van die organen, welke bij het gebruik en de productie in werking komen, als uiergebreken bij melkvee, gebreken in de ademhalingsorganen en in die voor den bloedsomloop bij paarden. Deze gebreken laten zich echter zelden uitwendig waarnemen maar kunnen uit de verrichtingen opgemaakt worden (het nagaan der goede gangbaarheid der tepels en daarmede in verband staande deelen van het uier, onderzoek op cornage bij paarden). Meer bepaald is dit het geval met de verborgen en de zoogenaamde koopvernietigende gebreken, als de onmakheid en stugheid van paarden.

De fokker let daarbij natuurlijk er op of deze en gene gebreken , erfelijk zijn en wenscht daarom eene afstamming zijner fokdieren van ouders en van eene familie, die niet belast zijn of waren met een erfelijken aanleg voor ziekten of gebreken (zie bl. 53). Een stamboek kan dat aanwijzen. Aanwezigheid van een ziekte of van een gebrek kan soms ook door een opzettelijk onderzoek aangetoond worden, zooals de tuberculose door inspuiting met tuberculin en de cornage door longeeren. Moge ook een ziekte als de tuberculose niet erfelijk zijn, toch is het gewenscht een fokdier, door eene zoo besmettelijke ziekte aangetast of aanleg daartoe bezittende, van de fokkerij buiten te sluiten.

c. Beoordeeling naar den vorm en uitwendige kenmerken. Over 't geheel wordt er bij het beoordeelen van een fokdier aan den

Sluiten