Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goede hoedanigheid of met gebreken behept waren, dan kunnen deze slechtere eigenschappen of gebreken, tengevolge van de overerving ook van een vorig geslacht (atavisme) weder te voorschijn komen. Zijn of waren echter de ouders en ook de voorouders tot eenige geslachten ver allen uitmuntende dieren, dan bestaat er groote kans dat ook de kinderen dit zullen zijn. Van een fokdier dient men dus den stamboom te kennen.

Vroeger, toen men aan de constantheid der rassen geloofde, werd daarom vooral aanbevolen in een constant en conform ras aan te fokken, omdat men dan meer zeker is dat ook de voorouders zoo ongeveer gelijk waren aan de dieren die men wenscht aan te fokken. Aan zuiverheid van ras werd veel waarde gehecht, en aan reine teelt de voorkeur gegeven boven kruisen. Toch werd reeds vroeger er prijs op gesteld om in dezelfde „laag" te blijven of in eene zekere „laag" te komen, en dus wel degelijk op de afstamming gelet.

Nu zijn constantheid, conformiteit en zuiverheid eigenschappen van een ras, waaraan nog, en terecht, veel waarde wordt gehecht. Maar aangezien de waarneming leert dat geen enkel ras feitelijk geheel constant en conform is, en men weet dat er in elk ras individuen voorkomen die zich op de eene of andere wijze onderscheiden; nu men weet dat ook door kruising een ras tot zekere constantheid gebracht kan worden; nu minder in het wilde weg gefokt wordt en men, hetzij door reine teelt, hetzij doorkruising, den veestapel tracht te veredelen, wordt ook het nut van een stamboom meer en meer ingezien.

Het is natuurlijk dat men bij het beoordeelen naar de afstamming in de eerste plaats zal letten op de eigenschappen der ouders en daarna op die der naastvoorgaande geslachten. Een lange stamboom kan zijn nut hebben, maar is van minder waarde dan dat hij aanwijst dat de ouders en de vier a vijf voorgaande geslachten allen goede of uitmuntende dieren waren. Daarbij is het van belang te letten of er overeenkomst in de ouders en voorouders was, omdat men dan beter kan beoordeelen of eene afwijking in de jonge dieren een gevolg is van niet-conformiteit van de eerst-

Sluiten