Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor het aangeven van die betrekkelijke waarde en vooral bij het vergelijkend beoordeelen op tentoonstellingen en keuringen is het doeltreffend, gebruik te maken van een puntenstelsel, zooals thans bij veekeuringen veelal geschiedt en waarbij aan elk lichaamsdeel enz. een maximum aantal punten kan toegekend worden.

HOOFDSTUK IV.

Voeding en verpleging.

1. Scheikundige aamenstelling van het dierlijk lichaam.

Afgescheiden van eene zekere hoeveelheid lucht in de longen en in het darmkanaal en opgelost in verschillende vochten, bestaat het dierlijk lichaam uit water en droge stof.

Daarvan bedraagt het water gewoonlijk meer dan de helft. Pas geboren huisdieren bestaan zelfs voor 80 a 85 proc. uit water, maar zijn zij volwassen en de beenderen vast geworden, zoo bedraagt het watergehalte nog ongeveer 60 proc. De hoeveelheid wisselt ook vooral af met den voedingstoestand en het vetgehalte der dieren, zoodat het watergehalte in slecht gevoede dieren 65—72 proc. kan bedragen en in goed gevoede, vette dieren slechts 35—50 proc. Het water houdt eene zekere hoeveelheid van de droge stofmassa geheel of half opgelost en rormt zoo vloeistoffen, die, als het bloedserum en de urine, in bepaalde vaten aanwezig zijn of de droge stofmassa doortrekkende, daaraan meestal een min of meer week aanzien geven. Het doordringt alzoo de verschillende weefsels en organen en is in het algemeen noodig voor de stofwisseling, het opnemen van voedsel en het afscheiden van stoffen uit het lichaam. Tevens is het door zijne verdamping aan de oppervlakte een belangrijke regelaar van de dierlijke warmte.

De droge stof bestaat uit een verbrandbaar of organisch en een nieUverbrandbaar of anorganisch gedeelte. Daar dit laatste terug-

Sluiten