Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

standdeelen aanwezig is, kan dit toch soms niet het geval zijn, vooral niet in het voeder voor jonge dieren, die voor den opbouw hunner beenderen eene betrekkelijk grootere hoeveelheid, vooral phosphorzure kalk noodig hebben. Zoo heeft men gevonden dat wanneer runderen of paarden geweid worden op of veel hooi krijgen van lage, zure graslanden, welk gras of hooi in den regel arm is aan phosphorzuur en kalk, de beenderen zwak worden en soms breken, wat aanleiding heeft gegeven om deze ziekte beenbreekziekte te noemen. Openbaart zij zich in de staart, zoo staat zij bekend onder den naam wolf, terwijl jonge dieren die met zulk gras of hooi gevoed worden soms kromme beenen of de Engelsche ziekte (Rhachitis) krijgen. Het bijvoeren van een voedermiddel, betrekkelijk rijk aan phosphorzuur en kalk, b.v. koek, is dan wel gewenscht. Aan te bevelen is het verder dergelijke graslanden met het oog op de qualiteit van het gras of hooi, ook in dit opzicht te verbeteren, door bemesting met een phosphaat. Wordt veel pulp, bierdraf of spoeling gevoederd, dus voedermiddelen waarbij de aschbestanddeelen in de fabrieken waaruit zij verkregen worden, voor een groot deel uitgespoeld zijn, zoo kan er eveneens gebrek aan phosphorzuur en kalk in het voeder en toevoeging van een voedermiddel, rijker daaraan, gewenscht zijn. Ook wordt wel aanbevolen in een dergelijk geval wat phosphorzure kalk, zoogenaamd praecipitaat, aan het voeder toe te voegen: aan volwassen vee dagelijks 30—50 gram, kalver, veulens, mestvarkens en schapen 10—15 gram en aan lammeren en jonge varkens 5—10 gram i).

!) Over de waarde van dit toevoeren van phosphorzure kalk (als genoeg phosphorzuur aanwezig is wordt ook enkel koolzure kalk in den vorm van geslibd krijt voldoende geacht) loopen de meeningen nog uiteen. Terwijl Pflüger van oordeel is, dat phosphorzure kalk en ook koolzure kalk niet door den darmwand gaan en dus niet in het bloed worden opgenomen en het vooral phosphorzure kaü is, waarin de dieren het noodige phosphorzuur ontvangen, zijn anderen van meening, dat dit wel geschiedt wanneer niet genoeg phosphorzuur en kalk in het voedsel aanwezig zijn. Intusschen schijnen deze feiten wel vast te staan: in het gras of hooi van genoemde weiden is weinig phosphorzuur

Sluiten