Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

baar en niet verteerbaar eiwit en de amiden. Deze laatste zijn, geheel verteerbaar zijnde, in de tabel als verteerbare stikstofhoudende stoffen met het verteerbare eiwit in ééne kolom vereenigd, maar in eene andere kolom is tevens de hoeveelheid amiden afzonderlijk opgegeven, zoodat men, door aftrekking van beide cijfers, de hoeveelheid verteerbaar zuiver eiweit bekomt. b. Stikstof vrije voedingsstoffen. Hiertoe behooren:

aa. Vet of olie. Vet en olie hebben eene overeenkomstige samenstelling en komen in de meeste voedermiddelen slechts in kleine hoeveelheid voor, in grootere hoeveelheid echter in haver en in de oliezaden en de daarvan geslagen koeken. Zij worden in de voedermiddelen bepaald door uittrekking met gewone aether of met petroleum-aether. Met deze oplosmiddelen worden echter ook enkele andere stoffen uitgetrokken, vooral uit het groenvoeder (bladgroen). Vandaar dat dit aether-extract in de analyses en in de tabel onzuiver vet genoemd wordt. Wat volgens genomen proeven van dit extract verteerbaar is, is in de tabel onder de verteerbare stoffen als verteerbaar vet opgegeven.

bb. Celstof. Celstof is in alle plantaardige voedermiddelen in grootere of kleinere hoeveelheid aanwezig, weinig in het wortelen knolvoeder, veel in het ruwvoer als stroo en hooi.

Van de verschillende, in een voedermiddel aanwezige, voedingsstoffen is zij het moeilijkst oplosbaar. Men houdt haar dan ook over nadat men een voedermiddel met verschillende oplosmiddelen als water, alcohol, aether enz. behandeld heeft. Zij is dan echter nog -niet zuiver, maar behalve met een weinig asch (die men door verbranding kan bepalen) vooral vermengd met houtstof en daarvan moeilijk te scheiden. Vandaar dat zij in de analyses in den regel en ook in onze tabel als onzuivere celstof wordt vermeld.

In eigenlijken zin is de celstof geen voedingsstof, zooals suiker, zetmeel enz., waarmede zij anders in samenstelling het meest overeenkomt en die evenals zij tot de zoogenaamde koolhydraten gerekend worden, omdat zij niet, zooals de andere koolhydraten, in het darmkanaal opgelost wordt en in 't bloed overgaat. Toch verdwijnt een gedeelte van de celstof in het darmkanaal en vindt

Sluiten