Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschillende wijzen te kruiden, om er den smaak van te verhoogen. Daartoe dienen peper, foelie, zout enz. Maar ook van twee voedsels, die in samenstelling nagenoeg gelijk zijn, bevalt het eene ons beter dan het andere, omdat de physische toestand verschilt of omdat er in het eene kleine hoeveelheden van sommige stoffen voorkomen, die er den smaak of reuk van verhoogen. Velen verkiezen zoo bruine suiker boven zuivere rietsuiker, omdat er meer smaak en ook eenige geur aan is. Al die meestal kleine hoeveelheden van sommige stoffen, die den smaak of ook den reuk der voedermiddelen verhoogen, noemt men genotmiddelen.

Smaak en reuk mogen nu bij onze huisdieren minder sterk of eenigszins anders ontwikkeld zijn dan bij den mensch, de waarneming leert, dat ook zij naar den smaak en den reuk onderscheid weten te maken tusschen het eene voedermiddel en het andere, en bij onderzoek blijkt dat ook in hunne voedermiddelen stoffen voorkomen die den smaak of reuk kunnen verhoogen, soms ook een tegenzin er in kunnen verwekken. Als zoodanig noemen wij het cumarine, dat in sommige grassen aanwezig is en den eigenaardigen aangenamen reuk aan hooi geeft, de aetherische oliën van verschillende schermbloemige planten als karwij, het melkzuur met zijn frischzuren reuk in brood, zure melk enz., het boterzuur met zijn stinkenden reuk in min of meer rottend voer, b. v. sommig ingekuild voer enz. De zoogenaamde bitterstoffen geven aan enkele voedermiddelen als cichoreiloof, raapknollen enz. een bitteren smaak, de mosterdolie en hare verwanten aan het gekneusde en bevochtigde mosterd- en raapzaad of koeken daarvan, aan uien enz. een bijzonder prikkelenden reuk enz.

Er is geen twijfel aan of dergelijke stoffen zijn niet zonder invloed op het resultaat der voeding. Sommige kunnen, in groote hoeveelheid gegeven, ook schadelijk zijn en zelfs den dood veroorzaken, b. v. mosterdolie in sommige soorten raapkoek.

Men zegt gewoonlijk dat de genotmiddelen den eetlust opwekken en dit kan wellicht hieraan worden toegeschreven, dat zij op de zenuwen en daardoor gunstig werken op de afscheiding van verteringsvochten. Een hond loopt het speeksel uit den mond

Sluiten