Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en wikken of van haver en erwten, in 't algemeen een graangewas en een peulvrucht. In plaats van een graangewas kan ook een kruisbloemige plant, b.v. op zandgrond witte mosterd met serradella, dienen.

B. Hooi. Om groenvoeder te bewaren en daarover ten allen tijde en meer bepaald in den winter te kunnen beschikken, wordt van twee middelen gebruik gemaakt: het drogen en het inkuilen of samenpersen en laten gisten. Meestal past men het eerste middel toe, althans bij gras en klaver; maar wanneer het voeder niet gemakkelijk gedroogd kan worden of de weersgesteldheid daarvoor ongunstig is, het tweede.

Gedroogd groenvoeder noemt men hooi en onderscheidt dit, naar het groenvoer dat gedroogd is, in grashooi, roode klaverhooi, luzernehooi enz.

Van 3 è 31/2 KG. groenvoer bekomt men 1 KG. hooi, dat, na den oogst, door uitzweeting gewoonlijk nog eenige procenten water verliest en ten slotte met een watergehalte van 14—16 0/0 vervoederd wordt. Hooi bevat dus ongeveer 3 a 31/2 maal zooveel droge stof als groenvoer; maar die droge stof is in den regel niet zoo rijk aan eiwitachtige stoffen als jong gras en jonge klaver, aangezien met het hooien gewoonlijk eerst wordt begonnen als deze gewassen in vollen bloei zijn en hun gehalte aan die stoffen dan iets minder is.

Overigens kan de samenstelling van hooi evenzeer afwisselen als die van het groenvoer waarvan het afkomstig is. En bovendien kunnen die samenstelling en de daarvan afhankelijke voedingswaarde nog aanmerkelijk gewijzigd worden: door het weer gedurende den oogsttijd, door het verlies aan bladmassa (vooral bij klaverhooi) dat het bij het oogsten ondergaat en door de wijze waarop het verder bewaard wordt. Valt er in den hooitijd veel regen en moet het gemaaide lang op het veld vertoeven, alvorens als hooi geborgen te kunnen worden, zoo spoelen de oplosbare, dus de gemakkelijkst verteerbare voedingsstoffen uit of gaan door rotting of broeiing gedeeltelijk verloren. Dientengevolge stijgt het gehalte aan onzuivere celstof niet zelden van 10 a 30 tot 40 a 50 0/0, en

Sluiten