Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vermindert naar evenredigheid het gehalte aan eiwitachtige stoffen, suiker enz. Volgens een onderzoek van Ltmoges te Kiel, verloor grashooi, dat na het maaien 18 dagen lang in regenachtig weer (waarbij in 9 dagen 40 m.M. regen viel) in het zwad had gelegen, 25 0/0 van de droge stof, 25 % van de oorspronkelijk voorhandene eiwitachtige stoffen en 38 o/0 van het verteerbare deel daarvan. Dergelijk hooi is dus niet alleen armer aan voedingsstoffen maar ook minder gemakkelijk verteerbaar.

Aan hooi van beschaduwde plaatsen en van geil opgeschoten planten afkomstig wordt gewoonlijk eene geringere voedingswaarde toegekend dan aan hooi, dat van opene plaatsen afkomstig is en, zonder slap te zijn, eene goede hoeveelheid bladmassa bevat en een meer aromatischen reuk bezit. Eerstgenoemd hooi wordt ook minder graag door het vee gevreten. Toch bevat het vaak een even hoog, ja soms nog een hooger gehalte aan ei witachtige stoffen dan het laatste. Ook aan hooi van het zoogenaamde blauwgras, waarin veel Carexsoorten of zoogenoemde zure grassen voorkomen, wordt eene veel geringere voedingswaarde toegekend, ofschoon het gehalte aan eiwitachtige stoffen eene hoogere is dan van gewoon weidehooi.

Voor het beoordeelen van hooi is eene scheikundige analyse dus niet voldoende, maar deze moet met een botanisch onderzoek hand aan hand gaan. Dit blijkt uit het volgende onderzoek van Schindlee , die vier soorten hooi onderzocht, welke als voortreffelijk, goed, minder goed en slecht bekend stonden en uit verschillende planten waren samengesteld, maar in hare scheikundige samenstelling weinig verschil toonden. Er kwamen in voor en het gehalte aan eiwitachtige stoffen was:

In hooi aangeduid als

Voortreffelijk Goed Minder goed Slecht

Echte grassen 51.3 0/0 54.5 °/o 34. ( 'J/0 40.9 0/q

Zure „ 2.1 „ 12.6 „ 35.0 „ 44.8 „

Leguminosen 19.3 „ 8.9 „ 1.9 „ 0.0 „

Andere planten 27.3 „ 24.0 „ 28.4 „ 14.3 „

Eiwitachtige stoffen 9.4 „ 7.1 „ 8.2 „ 8.4 „

Sluiten