Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Iets dergelijks leerde een onderzoek aan het proefstation te Wageningen i). Misschien wordt de geringere voeder waarde, b. v. van het hooi der Carexsoorten, veroorzaakt door enkele stoffen die er in voorkomen, b. v. looizuur, en op de verteerbaarheid van nadeeligen invloed zijn.

'Als men dus hooi moet beoordeelen, heeft men eerst te letten op de planten die het samenstellen, terwijl kleur, reuk enz. dikwijls aanwijzing geven hoe het geoogst is. In goed hooi komen de beste zoete grassen, als Raaigras en Beemdgras, eenige maar niet veel klaversoorten en overigens weinig andere soorten van planten voor. De kleur moet blauwachtig groen, de reuk aangenaam, de smaak zoet en niet bitter of samentrekkend zijn. Ook dient gelet te worden op de stengels, die lang, fijn en buigzaam moeten zijn, met smalle bladeren en bloemen waarin nog geen zaadvorming heeft plaats gehad; bloemen en bladeren moeten goed bewaard zijn gebleven, aangezien deze de meest voedzame bestanddeeleu bevatten. Enkele distels (Cirsium arvense) en, voor uiterwaardsch hooi, Karwij, kunnen aanwijzing geven dat het van goede kleigronden afkomstig is en worden daarom niet ongaarne in het hooi gezien. Minder goed acht men het hooi waarin veel Zorggras of Meelraai en Vlotgras voorkomen. Hooi van lage, moerassige gronden afkomstig noemt men zuur hooi; dit bevat veel Carexsoorten en voorts Russchen, Heermoes, Waterbies, Vlotgras, Koekoeksbloem, Ratelen, Zuring, Watermunt, enz. Dit hooi is grofbladig, bezit weinig halm en is op het gevoel ruw en scherp. Voorts acht men het hooi van veengronden afkomstig, waarin Veenwindhalm, Honiggras en veel Ganserik voorkomen, van mindere qualiteit, en in het algemeen beschouwt men het hooi van zure, moerassige en veenachtige gronden des te slechter, naarmate er meer van de genoemde planten in aanwezig zijn. Ook is dergelijk hooi vaak arm aan kalkzouten en dan minder gepast voor fok vee, vooral voor jonge paarden, en na het

1) Zie Landbouwkundig Tijdschrift, le Jaargang.

Sluiten