Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het bereiden van persvoeder is niet zoo gemakkelijk goed uit te voeren als het inkuilen. Niet alle groenvoer leent zich daarvoor ook even goed. Is het te grof, zooals bietenkoppen, of te grofstengelig, zooals maïs, dan laat zich het niet goed samenpersen en blijven er holten over, die gelegenheid tot schimmelvorming geven; is het te slap, zooals het nagras, dan pakt het te veel ineen en stijgt de temperatuur niet voldoende om de bacteriën of het protoplasma te dooden en hebben er ongewenschte gistingen plaats. Ook mag, met het oog op eene voldoende temperatuurstijging, het groenvoer niet te vochtig, b. v. niet beregend zijn, als het wordt opgetast. Het verlies is gewoonlijk wel 20 ü 300/0 van de organische stof, dus iets meer dan bij het inkuilen, wat vooral veroorzaakt wordt door de kanten die gaan schimmelen of rotten en daardoor onbruikbaar worden.

Goed pers voer heeft een geelgroene kleur, een reuk van versch roggebrood en is minder zuur dan het ingekuilde groenvoer. Door het vee wordt het grager gegeten, maar de naam zoete ensilage is minder gepast, aangezien zoete stoffen, als suiker, er niet meer in voorkomen, daar deze bij de gistingen, althans grootendeels in andere stoffen zijn omgezet.

Zuurvoer en persvoer worden vooral aan melkvee vervoederd; tegenover droogvoer vermeerdert het in den regel ook de melkgift, maar, tenzij eene voldoende hoeveelheid krachtvoer daarbij wordt gegeven, gaat dit in den regel ten koste van het levend gewicht.

D. Stroo en kaf. Deze worden vooral vervoederd in de bouwstrek.en, waar gewoonlijk weinig hooi voorhanden is. Ofschoon de voedingswaarde geringer is, kan, bij het noodige krachtvoer, stroo ook zeer goed in de plaats treden van hooi, om in goedkoope stikstofvrije voedingsstoffen en in de noodige hoeveelheid droge stof te voorzien, vooral bij de herkauwende dieren, waar het tevens een gunstigen invloed op het herkauwen en ook bij andere dieren op de beweging van het darmkanaal uitoefent. De oorzaak van laatstgenoemde werking moet gezocht worden in de grootere hoeveelheid ruwe celstof. Voedermiddelen die daarvan weinig

Sluiten