Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eiwit Celstof Vet Stikstof vrije extractstoffen

1. In oorspronke- \ Haverstroo 3.71 45.95 1.59 41.17 lijken toestand f Erwtenstroo 11.37 44.19 1.96 36.84

2. In de doorge- \ Haverstroo 2.33 47.94 1.08 41.43

snuffelde rest ƒ Erwtenstroo 9.43 53.27 1.64 31.24

3. Daaruit laat zich

berekenen dat Haverstroo 7.58 40.32 3.50 40.52 voorkwam inhet Erwtenstroo 13.99 31.93 2.39 44.40 opgevreten deel

Kaf en de daarmede overeenkomende peulen en hauwen zijn iets rijker aan voedingsstoffen en iets malscher (armer aan ruwe celstof) dan stroo. Wenschelijk is, het kaf goed gewand en in frisschen toestand te vervoeren en dat van rogge en gerst gebroeid of gekookt; anders geeft dit door de hierbij aanwezige naalden licht aanleiding tot ontsteking van de slijmvliezen der mond- en keelholte en tot verstopping van de boekpens. Haver- en tarwekaf kan aan rundvee afzonderlijk en droog gevoederd worden; aan paarden geeft men het liever bevochtigd. In het algemeen is het echter beter dergelijk voer in-vereeniging met wortels of knollen, spoeling enz. te geven. Peulen van boonen, lupinen enz. worden bij voorkeur aan schapen, kaf van boekweit en lijnzaad aan varkens gevoederd. De hauwen van koolzaad geeft men aan schapen maar is ook passend voor mestvee, dat veel maagverslappend voer, b.v. zemels of dust, ontvangt.

E. Knollen en wortels. Deze zijn gekenmerkt door een hoog watergehalte, 70—90 0/0) zoodat de droge stof slechts 10—30 0/0 bedraagt. Deze is arm aan eiwit en celstof, maar rijk aan stikstofvrije extractstoffen (suiker, pectinestoffen, zetmeel). In niet te groote hoeveelheid met hooi of stroo gevoederd, kan men de daarin aanwezige voedingsstoffen als geheel verteerbaar beschouwen. Maar in te groote hoeveelheid bij ander voer gegeven, verslappen zij de verteringsorganen te veel en schijnbaar wordt dan van de voedingsstoffen in het ruwvoer minder eiwit verteerd, omdat er dan meer stikstofhoudende verteringsvochten in het darmkanaal

Sluiten