Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een enkele keer voor het dekken gebruikt worden, is gewoon onderhoudsvoer in den regel voldoende, te meer omdat zij veelal op stal gehouden worden en weinig beweging hebben. In het bijzonder moeten matig gevoederd worden: vroegrijpe en oudere dieren, die groote neiging tot vetaanzetting hebben, wat voor de vruchtbaarheid geenszins gewenscht is. Zoo kunnen shorthornstieren, die men vele jaren voor het dekken aanhoudt, met stroo en een weinig hooi en haver in goede dekconditie gehouden worden.

Van de vrouwelijke fokdieren wordt met betrekking tot de voeding vooreerst geeischt de groei van het foetus, dat is van het jonge dier vóór dit geboren is. Dieren, die voor het eerst drachtig zijn, zijn bovendien dikwijls nog niet geheel volwassen. Terwijl dus voedsel noodig is voor den groei van het foetus, wordt dit mede vereischt voor den groei van het dier zelf. Voor beide geldt dan ook wat bij het voederen van jongvee is opgemerkt: ook een drachtig dier moet niet gemest maar in een goeden voedingstoestand gehouden worden. In aanmerking genomen den langzamen groei is voor beide eene matige hoeveelheid eiwit daartoe voldoende, maar tevens dient voor eene voldoende hoeveelheid aschbestanddeelen als phosphorzuur en kalk in het voeder gezorgd te worden. In het laatst van den draagtijd mag dit niet van te grooten omvang zijn en afwezigheid van schadelijke bestanddeelen als schimmels is dan vooral een vereischte. De voeding van drachtige dieren vormt overigens meer een onderwerp van de Bijzondere \eeteelt.

Na de geboorte van het jong of de jongen wordt van de vrouwelijke fokdieren door het voeder vereischt de productie van melk, als eerste voedsel van de geboren jonge dieren. Melkkoeien en melkschapen zijn en worden echter aangefokt in de richting eener overproductie van melk. Zij worden eenigen tijd na het afkalven of aflammerert weer gedekt en de eisch aan hare voeding gesteld in den loop van ongeveer een jaar is: naast hetgeen voor het onderhoud noodig is en voor schapen ook de productie van een vlies wol, den groei van een of meer jongen tot hunne geboorte en de productie van eene zekere hoeveelheid melk. Aan fokmerriën wordt eene dergelijke eisch gesteld, maar, in plaats van

Sluiten