Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook kan de organisatie van het dier, b.v. eene geringere ontwikkeling der longen en weinig temperament, daartoe bijdragen. Werken en vetworden zijn twee verrichtingen van een dier die ten deze vlak tegenover elkaar staan. Een dier dat arbeid verricht heeft meer zuurstof noodig, omdat er meer organische stof in het lichaam verbrandt dan een dier dat stil op stal staat. Daarom is voor werkvee een goede adem zooveel waard, terwijl bij mestvee de ademhaling een minimum kan zijn. Ook het tegengaan van de geslachtsdrift door het castreeren kan het vetmesten bevorderen, evenals het droogzetten van melkvee.

Ten slotte merken wij nog op dat vetworden, evenals het veel melkgeven, als eene individueele of raseigenschap die erfelijk is, beschouwd en derhalve ook aangefokt kan worden.

E. Voederregeling en het opstellen van voederrantsoenen. Ook de voederregeling, dat wil zeggen de wijze waarop en de opvolging waarin het voeder wordt gegeven, is bij de verschillende veesoorten niet altijd gelijk en verschilt bovendien in de verschillende streken, zonder dat altijd een voldoende reden gegeven kan worden, waarom zoo en niet anders gevoederd wordt.

Meestal geschiedt het voederen van op stal staand vee drie keer daags, maar anderen geven aan twee keer de voorkeur. Paarden, die lang en met korte rustpoozen werken, jongvee en mestvee worden nog wel een keer vaker gevoederd. Kunnen de dieren daarbij geen geregeld drinken bekomen, zooveel als hun lust, zoo wordt hun dit gewoonlijk 's morgens en 's avonds vóór het hoofd voer gegeven; zoo ook aan paarden vóór de haver die zij ontvangen, omdat anders met het drinkwater de haver te snel van de maag in de darmen overgaat en dan niet zoo goed verteerd wordt. Wordt weinig krachtvoer gegeven, bv. aan jonge runderen, zoo ontvangen zij dit gewoonlijk in één keer en wel 's middags, anders in twee of drie keer tusschen het ruwvoer in of vooraf.

Aangezien er tijd noodig is om het voeder te verteren, bij runderen en schapen bovendien voor het herkauwen — Haubner rekent voor een en ander ongeveer 4 uur — is een te korte tijdruimte tusschen twee voedertijden niet gewenscht. Alleen wanneer

Sluiten