Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der staldeuren of, bij aanwezigheid van doelmatige ventilatoren, Vn.n deze eenigszins geregeld worden.

Als doelmatigste staltemperatuur kan men voor paarden, runderen en varkens beschouwen 12—17° C. Voor jongvee kan de lagere, voor mestvee de hoogere temperatuur gelden; voor schapen, vooral wanneer zij dagelijks naar buiten gaan, kan de temperatuur iets lager, 7—12°, zijn. Eene lage temperatuur is ook daarom ondoelmatig, omdat dan, wegens het grootere warmteverlies, meer onderhoudsvoeder noodig is. Henxeberg en Stohmann vonden bij hunne proeven bij runderen, dat dit onderhoudsvoer bij 16° C. het geringst is; beneden 10° C. was voor eiken graad lagere temperatuur 5—6 proc. meer voedsel noodig. Aangezien de lichaamstemperatuur bij paarden gewoonlijk 37—38° en bij runderen, schapen en varkens nog iets hooger, 38—39% is, lijkt het, met het oog op bovengenoemd warmteverlies, doelmatig, althans veor mestvee, dat geenerlei harding noodig heeft, de staltemperatuur nog iets hooger dan 16 & 18° te nemen; maar dit is slechts schijnbaar, omdat de dieren zich dan minder aangenaam gevoelen en de eetlust vermindert.

Voor de afwisselende temperatuur in de weiden, vooral in het voor- en najaar en voor die, waaraan paarden die buiten werken soms blootgesteld zijn, is niet altijd zorg te dragen. Meestal geschiedt dit door het aanbrengen van dekken, door het gebruik van loopstallen, het plaatsen van eenige beschaduwende boomen in de weide, het omheinen der weide met boomgewas of het plaatsen van een stroohoop, het laatste vooral ook om het vee eene meer droge ligging te geven. Doeltreffender is het natuurlijk bij de koude nachten in het voor- en najaar en vooral wanneer de weiden zeer vochtig zijn, het vee des nachts onder dak te brengen. Heeft men naast vochtige en opene, meer droge en beschutte weiden, dan kan ook door het verweiden hierin eenigszins worden voorzien.

De inrichting der stallen verschilt naar de onderscheidene veesoorten en behoort dus meer thuis in de Bijzondere Veeteelt. Hier volgen nog eenige algemeene opmerkingen.

Sluiten