Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de plaatselijke afdeeling van de maatschappij tot. . . enz., zoodat hij nu, naar hij mij met een behaaglijk glimlachen mededeelde, letterlijk niets meer te doen had, terwijl zijne jaren nog eerst ter middelbare levenshoogte gerezen waren en hij dus nog kracht en gezondheid genoeg bezat, om van zijne rust te genieten. Hoewel mij dit werd gezegd met dat soort van welgevallen, dat een gelukwensch uitlokken wil, vond ik goed niets daarop te antwoorden, maar ik kon mij niet onthouden het overige van den weg mijne gedachten aan zoo eene zeldzame luiheid te hechten.

In dien trant zou een vertoog over de gemakzucht kunnen beginnen. Maar het mijne wil het hebben over het tegenbeeld. Lieden, die zich verkneukelen in de gedachte nu niets meer te doen te hebben; die, na hunne schaapjes op 't droge te hebben gebracht (hetzij zij die dieren met veel moeite zeiven hebben opgefokt , hetzij van anderen ontvangen) nu met naïeve vadsigheid betuigen nog volop kracht en gezondheid te bezitten, om van hunne rust te genieten — zij zijn er genoeg. Een rust, niet opgevat als welkome gelegenheid om andere dingen ter hand te nemen, maar een van volkomen niets doen den langen, lieven dag.

Een tegenhanger van zulk een nobel sybarietenbestaan vormt de man, die zich voor te veel laat vinden. En dit is eene ziekte, waaraan nu menigeen lijdt. Zoo iemand bekleedt, behalve zijne eigenlijke betrekking, een aantal bijbaantjes. Hij is vlug, hij is belangstellend, hij is ge-

Sluiten