Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een slagersjongen, met den vleeschbak onder den arm ; een dienstmeisje, dat een kind den zijnen schier uit het lid trekt, in haar angst om achter te blijven, terwijl zij met de vrije hand, naar de wijze van Pleasant Riderhood , op het achterhoofd het losgaande haar weer f in een knot brengt; een paar anderen verlaten roekeloos en lichtzinnig de ramen, die zij bezig zijn te doen, en draven mede, den zeemenlap hangende over de toegestrikte achterbanden van haren boezelaar; eene juffrouw bedwingt hare nieuwsgierigheid al evenmin, in 't gelid stappend met een metselaarsknecht en een kantoorlooper; straatbengels dringen tusschen hen door, met gerekte halzen en spiedende oogen ; zelfs een tweetal kleine schoolmeisjes, met tasschen in de hand, koesteren de misdadige begeerte om de fatsoenlijke kleine steentjes te verlaten en zich bij den dravenden optocht aan te sluiten , maar worden daarin nog tot haar heil verhinderd door een vriend des ouderlijken huizes, die daar nu ook juist langs moest komen! „Betsy en Charlot, loop jelui door, meisjes," zegt deze verstoorder harer blijdschap.

Tuk op schandaaltjes, hoevelen zijn het! En van allerlei soort menschen. Want zie maar, daar tuurt een deftio-,

* O '

gebrild hoofd over de raamhor van het kantoor, en eene dame staat even stil vóór zij den hoek omslaat: de belangstelling is algemeen.

En nu is dit geval nog vrij onschuldig. Gewoonlijk valt er niet zoo heel veel te zien op het bedoelde marktplein , en zoo'n opstootje geeft wat afwisseling. Wanneer

Sluiten