Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als men niets beters te doen had, en die tot niet anders schenen voorbestemd , dan om eenig amusement te bieden aan zich vervelende straatslijpers en baliekluivers en huiswaarts keerende schoolkinderen. Het is een roem onzer dagen, dat zulk een „Zotte Koen" of „Kruikjezonder-nek" (die oud-Leidenaars zich herinneren) van de straat verwijderd en behoorlijk verzorgd worden.

Doch ook in de beschaafde samenleving staan er in 't hoekje, waar de slagen vallen, die juist moesten worden opgebeurd en voortgeholpen.

Zielkundigen beweren, dat verlegenheid voortspruit uit te veel op zichzelf letten: iemand is zoo vervuld van de vraag wat men wel van hem zeggen zal, dat hij daardoor zijne onbevangenheid verliest, onnatuurlijk en voorts verlegen wordt.

Het oordeel schijnt mij te streng; en daar het afbreuk doet aan het medegevoel, dat verlegen menschen verdienen , is het billijk er tegenop te komen, ofschoon de zaak weinig belangrijk schijnen moge.

Inderdaad, men moge, naar Hildebrand opmerkt, gemeenlijk te weinig medelijden hebben met dikke menschen , zeker heeft men het nooit te veel met de verlegenen en beschroomden ; met dezulken , wien de bedeesdheid aangeboren is, die er tegen worstelen, maar juist door de worsteling erger worden ; die er zich door achtervolgd zien te allen tijde en er door worden ingehaald juist als het hun het allerongelegenst komt. Bedekte hoogmoed? Somtijds ja; meestal eene eigenaardigheid „

Sluiten