Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loom om daar veel over door te denken. Hij zat reeds overeind en greep met eene beweging van daaraan-gewoon-zijn naar zijne sokken, die hij altijd des avonds naast het bruinrood houten ledikant nederlegde. Het ledikant was zonder gordijnen. Het was eene eigenaardigheid van hem, dat hij niet tusschen gordijnen slapen kon. Een oom van Dolf van moederszijde had dat ook zoo gehad.

Nu, met eene beweging van beslistheid, stapte hij uit bed, liep naar den hoek der kamer en trok aan de schel, opdat de juffrouw hem warm water brengen zou. Want het was heden, Dinsdag, zijn scheermorgen. En terwijl hij 't kannetje, wit, rond, waaruit de warme wasem opsteeg, om een kier van de deur aannam , gereed thans den inhoud in 't scheerbakje over te gieten, flitste het plotseling door zijne hersenen, hoe ijdel toch dit anderdaagsche scheren was.... Hij had daar vroeger nog nooit zoo over gedacht.... Blond, met niet zeer snellen haargroei, had hij altijd geregeld, van zijn twintigste jaar af, zich om den anderen dag geschoren, zonder daar veel bij te denken, geduldig als bij iets, dat zoo zijn moet, een FATUM. Maar thans — zonder te weten hoe dat zoo kwam — geheel niet daarop voorbereid — golfde dat over hem: waarom toch altijd weer scheren en laten aangroeien en weder scheren? Waarom toch die eeuwigdurende opeenvolging, waarin zoo iets hopeloos vermoeiends was als van een Raadsel, van glad-

' ö

geschoren zijn en langzaam, onafwijsbaar, de stoppels

Sluiten