Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voelen aangroeien, totdat eindelijk weer het mes de huid ontdeed van de harde stekels? Zoo ging het maand aan maand, jaar aan jaar. En hij dacht hoe treurig dit eigenlijk was. . . . Waartoe diende het?. . . . Waartoe altijd weer dat opgroeien en vernietigd worden.. . . die onafgebroken strijd tegen wat zich toch niet uitroeien liet? Ja, waarom? Alsof het Leven antwoord geeft op onze vragen!

De wasem dampte nog altijd op, wak en vochtig, uit het porseleinen bekken , waarin iets reins was, iets virginaals, — maar hij merkte het niet. Eene groote, intense melancholie wolkte over hem , omhullende hem als eene wade. Hij herinnerde zich, hoe hij , als jongen , gedweept had met zware baarden, sappeursbaarden, met dien weligen , vollen haargroei, waarin is het volkomenmannelijke, het heroïeke. Hij zag weer, in eene groote geesteshelderheid, zijn angstig bespieden van kin en bovenlip en leefde weer in die herhaalde teleurstelling, als maar het donzig kleed niet komen wilde. En nu ? Soms klommen er bittere, jaloersche gedachten op in zijne ziel, als hij de anderen, daarginds, op 't ministerie, zag met weiverzorgden baard en knevel, prijkende daarmede, in trotschheid, die hard maakt en ongevoelig, en daarmede vergeleek, in eene niets sparende oprechtheid, zijn eigen aangezicht, waarop te veel was voor nooit-scheren en te weinig voor ook te kunnen roemen.

Even nu doopte hij den kwast in het water. Hoe had hij 't toch dezen morgen? Wat was dat in hem, dit

Sluiten