Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als eene straf, werkende wat zij kon, door hare ouders niet hard behandeld, maar hopeloos treurig en niets meer verwachtende van dat leven, dat vóór haar lae

o 9

zoo lang, zoo eentonig.

Den vader werd dit eindelijk te machtig. Hij, een stil, onbesproken man, altijd trotsch geweest op zijnen goeden naam, gevoelde in zich gisten en woelen eene woede tegenover den verderver daarginds; woede, die hem verteerde, die hem pijnigde bij nacht en dag, die hem den hamer deed slaan op het hout, met eene wraakgedachte aan het hoofd van den schurk; die hem eindelijk dreef tot een wanhopigen stap.

Hij ging» alleen, naar Den Haag. Eene lange, vreemde reis, vol bezwaren en verlegenheid voor den man, die maar eens tot aan Leeuwarden gekomen was. En aangekomen, zocht en vond hij het huis, \vaar de zoon inwoonde bij zijnen vader, een deftigen ambtenaar. Hij schelde aan in den schemeravond, uit schaamte om niet gezien te worden: een andere baas Peggotty. Toen hij was binnengelaten in de spreekkamer van het aanzienlijk huis, was er een woest tooneel, woest van den kant van Lieuwkje's vader, kalm en fatsoenlijk van de zijde van den ander, zichzelven meester tegenover de toornige woorden, met snikken daar tusschenin, in het dialect, half onverstaanbaar voor den Hagenaar, met ballen van vuisten, dat hem niet trof.

„Het is een treurig geval, zeker," zeide hij, „maar hoe weet gij, dat juist mijn zoon..."

Sluiten