Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„O, duizendmaal heeft zij zijn naam genoemd en de straat en het huis, waar hij woonde, deze straat, dit huis!"

En zich opwindend, met tranen van woede en jammer in de vermoeide oogen , riep hij :

„Het is niet om geld te doen, geen cent willen wij. Maar het is om onze eer, om onzen goeden naam, om het kind, dat een vader hebben moet. En als mijnheer weigert zijn zoon daartoe te brengen, dan zal ik de zaak aangeven en een advocaat nemen....

Toen verloor de ander zijne fatsoenlijke kalmte. „Een advocaat?" snauwde hij. „De rechtbank? Ben je wel mal of uit wat achteraf hoek kom jij? Wou jij onderzoek hebben? Er uit nu, en zeg aan je slet van een dochter, dat zij vroeger inoet opstaan, als zij ons afzetten wil!"

En haastig duwde hij Lieuwkje's vader, versuft, radeloos, het huis uit en wierp de deur achter hem dicht. Het hooge, massieve huis zag op hem neer, tergend, onbewegelijk, als de terging, de onaandoenlijkheid van wetsartikelen, die een gruwel zijn en een onrecht.

Sluiten