Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(ofschoon er op onze scholen nog niet veel Turksche kinderen gaan) noodzakelijk moesten zijn gekwetst door deze partijdige voorstelling. Hij had kunnen volstaan met te zeggen: „een of anderen godsdienst." De derde klacht betrof het woord „godsdienst." De moeder van een kind uit de betrokken klasse schreef, dat zij thuis de geestelijke leiding der kinderen had, omdat een man daar zoo geen verstand van heeft. Zij nu vermeed thuis het woord godsdienst, omdat zij dit een schadelijk woord vond. Het wekte gedachten aan metaphysica, waarvan zij hare kinderen verre wilde houden, en verder aan onverdraagzaamheid, bekrompenheid, loondienst en huichelarij. Voor 't vervolg moest zij dus dringend verzoeken dat woord niet meer te gebruiken.

De schuldige onderwijzer ontving van het hoofd der school deze brieven ter inzage en overdenking. Ook hij bekende schuld en gaf als zijn voornemen te kennen, dat hij voortaan zou zeggen-. „Bonifacius kwam in ons land om zekere denkbeelden, die hij koesterde, aan de menschen, die hier woonden, mede te deelen. Welke die denkbeelden waren, wie die menschen waren, wie Bonifacius was en hoe hij die denkbeelden mededeelde, kan ik jelui hier niet vertellen. Thuis moet jelui er maar eens naar vragen, maar jelui moogt elkander niet vertellen wat jelui thuis hoordet. In elk geval weten jelui nu wie Bonifacius was."

Niet echter omtrent het onderwijs in de geschiedenis alleen hadden mijne berichtgevers iets mede te deelen.

Sluiten