Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden onaangenaamheden gezegd in het aangezicht. Er wordt lomp aangezeten en onsmakelijk gegeten. En de verwarring en het misverstand zijn in vollen gang. Men wilde afstand doen van zinledige, nietszeggende vormen, maar men wierp de onmisbare goede manieren over boord. Men voerde oorlog tegen huichelarij , maar men haalde de lompheid in. Men lachte om eene stijve etiquette als aan het Spaansche hof, maar men maakte zich bespottelijk door de manieren van polderjongens na te bootsen. Het oude misverstand: alsof iemand öf als Jacob moet zijn „ordentelijk" maar valsch, óf als Ezau oprecht maar ruw en ongelikt. De oude verwarring tusschen vormen en fatsoen, tusschen aangeleerde, stijve, nuttelooze etiquette en „zedelijke welgemanierdheid."

De laatste uitdrukking is uit de voorrede van het „Handboek voor jonge dames" door mevrouw Johanna van Woude. Die inleiding schijnt inderdaad het beste te beloven. Een boek, waarin welgemanierdheid tot een hoog beginsel wordt teruggebracht, waarin vormen worden tot zedelijke eigenschappen, waarin zelfs de kunst van het „savoir-vivre" haar oorsprong heet te hebben in het christelijk grondbeginsel der liefde. Een „groot profeet" — vermoedelijk wordt Jezus Christus bedoeld — riep vóór 19 eeuwen de menschheid toe: „Hebt liefde onder elkander!" „En ziethier," zegt mevrouw Johanna van Woude , „de oorzaak onzer vormen en manieren. Zij zijn immers niet anders dan de middelen , waardoor wij anderen

Sluiten