Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is het 't kind-zelf te bespotten. Het is een verderf. Tegen de geestigheid, die het zelfs niet begrijpt, weet het zich niet te verdedigen. Het is weerloos. Het schaamt zich en mokt in stilte, en het gif van wrok en boosheid begint zijn onzalig werk.

Groote menschen zijn weerbaarder. Maar nooit maakt toch spot hen beter. Humor doet hunne tranen vloeien of laat hen lachen over hunne dwaasheden en verteedert, verzacht. Maar bijtend sarcasme, vinnige spot uit een boos en bitter hart, verhardt hun gemoed en schroeit het toe. Geen mensch wordt verlost van het booze door eene hatelijke aardigheid, noch gedreven tot het Koninkrijk der hemelen door eene cynische grap , een steek onder water. (Watson). Niemand wint menschen voor de gerechtigheid door hen aan de kaak te stellen. En de eeuwige spotter is wel daarom vooral onbemind, omdat menschen , vaak onbewust, gevoelen dat hij eene bedreiging is voor hunne kostelijkste, geestelijke goederen, dat hij hen wel bitter, wel moedeloos, wel sceptisch maken kan, maar beter of gelukkiger — nooit ! Deze zondige wereld wil wel soms den geesel der satyre, de bijtende loog van het sarcasme verdragen te harer bekeering, maar alleen van zeer hoog boven haar staande naturen, van profeten of dichters, zooals God er maar enkelen geeft in eeuwen. Doch wij, gewone menschen onder elkander, die wel weten, dat de zonden deiwereld ook de onze zijn, wij werken niets uit door, noch ondergaan eenigen invloed van een spot, die naar

Sluiten