Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXIV

OUDEJAARSAVOND.

De laatste avond. En zijne stemming is, alsof iemand rondwandelt in de stad, waar hij lang geleden woonde, en eene bedevaart maakt naar de plekken, waaraan hij daarna zoo vaak met liefde en heimwee terug heeft gedacht. Zelf onbekend en maar weinigen meer herkennend , dwaalt hij rond door de straten, en hij ziet ze, niet zooals zij nu zijn, maar zooals zij toen waren. In het schemerlicht van den dalenden avond toovert Verbeelding hem de oude gezichten voor den geest, achter de vensterruiten, in de winkels, over de bruggen, gestalten van lang geleden, langs hem gaande, hem begroetende. Achter wat nu is, vertoont zich het oude en het spreekt tot hem, voor hem alleen verstaanbaar, in het ruischen der boomen , in het ratelen der wagens, in het overgaan van eene huisbel, in het roepen van een rondventenden

Sluiten