Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verre landen of van nabij, nu kort of langer geleden, jongen en ouden ; hetzij het werk, dat zij arbeidden, voor velen was en zij behoorden aan velen en aan ons, profeten en leidslieden, die wij niet missen kunnen zonder verwoestende schade, vaders in Israël, die ons goeddeden door woord of schrift, afgeroepen van hunnen post, onverwachts.

Toch is deze bitterheid reinigend meteen : zij brengt de reiniging van te worden aangeraakt door het verhevene en gewijde, waarvoor booze gedachten vluchten. Want niemand maakt zoo, in devote liefde, eene bedevaart naar de graven der dooden zonder er beter van te worden , beschaamd en klein althans.

Op den oudejaarsavond fluistert zoo de herinnering van alles, wat voorbij is gegaan. Soms van uren, waarin wij ons zelfs daarna nog niet durven indenken, en als zulke schrikgestalten ons omringen, komt opnieuw de huivering over ons en wij wenken met de hand : «gaat terug," zeggen wij, «en laat ons met vrede! Was het die ééne keer al niet ruiin genoeg ?"

Daarnaast, evenzeer waarlijk, herinneringen, waarin het een wellust is zich nu te vermeien, er in rond te dolen als in een schoon gebloemd veld , nog eens weer zich het hart op te halen aan wat toen zoo streelend en zoo liefelijk was; aan alle goeds, dat vriendelijke menschen ons bewezen ; aan de geneugten van eene vriendschap, waarop wij , zeer begenadigd , met de jaren vaster mochten bouwen ; aan wandelingen over berg en dal, langs duin

Sluiten