Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het is op dezen avond. De wreede wet van voorbijgaan, van oplossing, gelijkstrijken, breken en sterven, doet maar te inniger roepen tot Hem, in wien het eeuwige is, die, hopen wij, ook in ons iets van het eeuwige neêrlegde. Die reeds in deze vergankelijke wereld aan sommige werken van volmaakte gerechtigheid eeuwigheid schonk. Alles wat wij achterlaten, ons rusteloos ontvangen en beroofd worden, banden knoopen en ontbinden, dat drijft en noodt tot dat rust zoeken, waarvan nauwelijks menschenwoorden spreken durven en dat aan alle beschrijving ontsnapt, die zalige rust in God, die zich altijd vinden laat en verzoening heeft voor schuld en in nood vertroosting, wonderbaar en heerlijk.

Zulk een oudejaarsavond maakt den nieuwjaarsdag schoon en goed. Na zulk herinneren is er lust eD geloof voor den nieuwen, vreemden weg. Is er, best van al, begeeren om verloren posten weer te bezetten, om de oude veerkracht weer te spannen. Want God zal aanzien de diepe, bloedige schaamte, die de oudejaarsavond-herinneringen ons het hoofd deden buigen en Hij zal zeggen tot ons: „richt u op! Is het niet zeventig maal zeven maal dat ik wil vergeven en bijstaan?"

Dat moet, bij al zijnen weemoed, een goede avond zijn , die ons zóó in heilig ervaren God nader brengt, gelijk Hij ook wel vaak onze dooden, die ons zijn voorgegaan, heeft geleid op wegen, van goedheid en zegen, en gevoerd al zachtkens, aan wat'ren der rust.

Sluiten