Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

duizend mannenuitdehoogerestandengrievend leed berokkende, 3/4 eeuw onaangevochten zou hebben kunnen bestaan. Maar het gold hier de kinderen der armen, de vrouwen uit de volksklasse. Wat bekommerden de heeren die vóór 1872 onze Kamers bevolkten zich daarom! Was 't niet eerst in dat jaar mr. van Houten die de wet op den kinderarbeid invoerde? Treft niet de vrouw uit de volksklasse nog alt ij d 't scherpst de wet die den man recht geeft ook op 'tdoor haar verdiende geld?

Nog een ander merkwaardig argument schept mr. R., dat het n.1. »voor rijke verwekkers« de ernstigste bezwaren kan hebben wanneer er, zooals inderdaad mogelijk zou kunnen zijn, 'n »gerechtelijke vaststelling van het inkomen« plaats vond in verband met de uit te keeren onderhoudskosten. Arme verwekker! dat ook aan uw paringsdaad »ernstige bezwaren« vastzijn! dat die niet alleen bestaan voor de moeder die, vaak door haar nabestaanden verstooten, de uren der bevalling geheel alléén doormaakt, zonder te weten waar na afloop daarvan 't afgetobde lichaam neer te leggen. Inderdaad, daarop zou 'n daad van barmhartigheid zooals dit wetsontwerp is verdienen af te stuiten, en vooral omdat »het geval van 'tarme meisje en den rijken verleider even zelden voor den rechter komt als.... de hoogste prijs der loterij op de trekkingslijst«, zooals de schrijver 2 bl. vroeger zélf opmerkt!

Alvorens nu het wetsontwerp zelf te bespreken, wensch ik met een tweetal voorbeelden uit de praktijk de kwestie te verhelderen. Of het eene in de praktijk voorkwam weet ik niet, ik denk wel dat het alleen in de fantasie van den heer Rochussen bestaan heeft, maar ik haal dit aan, omdat het door den meest bekenden tegenstander te berde is gebracht in zijn allereerste geschrift:

Hij neemt als voorbeeld dit geval: »Een meisje van »den arbeidenden stand, weinig bekoorlijk van persoon,

Sluiten