Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het kind. Indien de beweringen, waarop de aanspraak steunt, naar diens oordeel klaarblijkelijk ongegrond zijn, weigert hij de benoeming«.

Ziedaar een groot gevaar. Wilde men eenvoudig lezen: »Het kind wordt bij gebruikmaking van het in de art. 344a en 344d toegekende regt vertegenwoordigd door den Voogdijraad«, of wel in plaats daarvan aanstellen een »Generalvormund«, alles ware in orde. Maar er moet per se, eerst administratief, daarna voor den rechtbank, iemand zijn die 'tvoor moeder en kind (en den Staat!) opneemt, afgezien van alle kantonrechters. Vooral omdat deze wel eens blijken menschen te zijn. Bekend genoeg is, dat de kan tonrechter-jager overtredingen van onze malle jachtwet heel wat zwaarder straft dan de kantonrechter niet-jager. Öf voogdijraden, öf 'n boven alle verdenking van subjectiviteit staande algemeene voogd zijn een eerste eisch om datgene te verkrijgen, wat de ontwerper van de wet zich heeft voorgesteld: afdoende hulp voor 't grootste deel der buitenechtgeborenen.

Dringend noodig zou 't m. i. zijn, nog een tweetal artikelen toe te voegen, aan het overigens door z'n kortheid en kernachtigheid zoo uitmuntend ontwerp. En wel: Art. 344</. De ambtenaren van den Burgerlijken Stand zijn verplicht aan den Voogdijraad van het arrondissement, waartoe hun gemeente behoort, onmiddellijk kennis te geven van de geboorte van ieder buitenechtelijk kind, dat niet bij de aangifte door den verwekker erkend is.

Art. 344h. Reeds vóór de geboorte van het kind kan de verwekker op vordering van den Voogdijraad namens de moeder, door den president van de arrondissementsregtbank harer woonplaats bij voorbaat worden veroordeeld tot betaling terstond na de bevalling, van de kosten dier bevalling en van het

Sluiten