Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men kan iedere ongehuwde huwbare vrouw met een vesting vergelijken; zij die 't plan koesteren haar te verleiden, — en in 't algemeen gesproken kunnen we alle gezonde celibatairs zoo beschouwen, — vormen de belegeringstroepen, waartoe soms ook gehuwde mannen een contingent leveren. De vrouwen vallen evenals de vestingen, als de aanval goed gericht of de verdediging zwak is. De kwestie is nu maar of de overgave vaker 't gevolg is van 't heftig stormloopen of van de slechte verdediging.« Z. nu neemt dit tweede aan, omdat de

geslachtsdrift bij de vrouw sterker is dan bij

den man! Is 't niet om je geduld bij te verliezen? Altijd hebben we 't omgekeerde gehoord: daarom moet men van de jongelui wat door de vingers zien, daarom sanitair toezicht, daarom tweeërlei moraal. Maar wanneer een consequent »daarom« leiden zou tot onaangename maatregelen voor de heeren, tot financieele verplichtingen, dan zet de geleerde Duitscher de redeneering liever even op z'n kop, zegt: neen de vrouw is sensueeler en zwakker, en daarom moet op haar hoofd alle ellende neerkomen. Terecht schreef dan ook Mr. Belinfante: »En omdat nu de sterkere niet alleen van zijn sterkte maar ook van de zwakheid misbruik maakt, moet de wetgever hem te hulp komen ? De wetgever, die op iedere bladzijde van zijn wetboek aan de zwakken zijn bijstand schenkt, ziet er niet tegen op de ongehuwde vrouw aan haar lot, aan de goedertierenheid van haren verleider over te laten, aan kommer, armoede en schande prijs te geven, omdat ja, omdat volgens de natuur der dingen zij nu eenmaal de zwakkere is. De wetgever neemt hier de sterkere in bescherming! Zoo eischt dit het Staatsbelang!«

»»Ja maar, het kon toch wel waar zijn, dat de toelating der alimentatieactie de meisjes onvoorzichtiger zou maken,«« denkt een uwer misschien. Ik zal maar weer

Sluiten