Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

streven alleszins onberaden en onwenschelijk voor. Wij kunnen ons in afzienbaren tijd geen maatschappij voorstellen, waarvan niet het huwelijk den grondslag vormt. Zal ook het monogame huwelijk, in den vorm waarin wij dat kennen misschien zijn einde nemen, dit ontijdig en willekeurig te verhaasten kan aan de gemeenschap niet ten goede komen. Liever werke men er toe mede, het op een — voor man en vrouw beiden — minder demoraliseerende basis te grondvesten. Is dat eenmaal geschied, dan is wellicht de tijd gekomen dat zonder verder nadeel de rechtstoestand van het buitenechtelijk kind geregeld kan worden in den geest als Prof. Molengraaff c. s. zich dat voorstellen. Tot zoolang zij men tevreden met de thans in het ontwerp Loeff voorgestelde verbeteringen, zoo mogelijk aangevuld met wijzigingen in den geest als hierboven genoemd. Dan zal een eind zijn gekomen aan wat men niet ten onrechte genoemd heeft »een eeuw van onrecht«. Tusschen den verwekker en het kind wordt een rechtsbetrekking gevestigd, maar niet die van vader en kindschap met hare velerlei en vérstrekkende familierechtelijke gevolgen. De vader wordt slechts schuldenaar van het kind, meer dan een verbintenis is er tusschen hen niet. Noch de verwekker, noch natuurlijk zijn familie hebben verder met het kind iets uitstaande. Het kind wordt evenmin z ij n kind, als de moeder door haar recht op vergoeding der kraamkosten zijn vrouw wordt.

We keeren daarmee terug tot den goeden ouden tyd, tot den toestand zooals die volgens Prof. Hamaker tegen 't einde der middeleeuwen in Duitschland en onze gewesten ontstond. Moge het een vreemden indruk maken, dat een zoo moderne en vooruitstrevende persoon als een volbloed feministe overigens is, een dergelijk ouderwetsch standpunt verdedigt, eerlijkheids-

Sluiten