Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE II. i)

Gedurende de eerste veertig jaren, na de invoering van den Code, bleven de klachten van de op dit punt benadeelden in Frankrijk zonder eenig resultaat. Eindelijk werd de publieke opinie wakker en door het Hof van Cassatie te Parijs werd de eerste bres geschoten in den muur, waarachter die klachten tot nog toe waren gesmoord. Bij arrest van genoemd Hof van 24 Maart 1845 werd art. 1382 Code Civil, correspondeerende met art. 1401 Burgerlijk Wetboek, toepasselijk verklaard in een geval, waarin een man de ongehuwde vrouw, wie hij trouwbeloften had gedaan, zwanger had gemaakt en daarna had verlaten. Het verzoek tot cassatie van het door den eersten rechter gewezen vonnis, waarbij die man, met toepassing van gemeld wetsartikel, was veroordeeld tot vergoeding van kosten, schade en interessen aan de vrouw, werd verworpen.

Deze rechterlijke beslissing, die wel is waar op juridische gronden bij sommigen bestrijding vond, was zonder twijfel geheel in overeenstemming met de billijkheid. Zij liet, naar 's rechters uitdrukkelijke verklaring, het verbod van art. 340 Code Civil in zijn geheel; overwogen werd toch, dat het hier niet gold het onderzoek naar het vaderschap in den in dat artikel bedoelden zin, doch eenig en alleen de vaststelling van het feit, dat hier eene daad aanwezig was, waardoor schade was toegebracht, en dat deze daad door den in rechte geroepen man was gepleegd.

De door het Hof van Cassatie aangenomen opvatting vestigde zich als constante jurisprudentie, terwijl bovendien het geval van verleiding met dat van verbreking van trouwbeloften op één lijn werd gesteld.

Ongetwijfeld mag deze rechtspraak worden aangevoerd, ten bewijze, hoe diep in Frankrijk de onbillijkheid wordt gevoeld van de tegenwoordige wettelijke regeling, die den man een vrijbrief verleent om zich aan de meest natuurlijke zijner verplichtingen te onttrekken. In het feit toch, dat door de Fransche jurisprudentie de belangen van het kind slechts indirect worden behartigd, kan

1 Ontleend aan de memorie van toelichting wetsontwerp Loefl' p. 5.

Sluiten