Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het referaat laat voor de toelichting de geschiedenis spreken. Daar was eens, t was in den jare 1910, een correspondent van het Xederl. J. V., die op den tweeden Paaschdag een pen nam en papier, zich neerzette en aldus schreef aan de Redactie:

Vriend

Ik zet mij neder, om u een verslag te schrijven van ons laatste jaarfeest. Het werd gehouden op den tweeden Kerstdag! enz.

erder stond: Ik ben wel een beetje laat, maar, dat is door omstandigheden; als u 't nu in de eerstkomende Bode plaatst, hindert 't niet.

Er was ook eens een corr. van het N. J. V. in den jare 1910, die op Zondagavond een vergadering bijwoonde en waarvan de Red. per expresse-bestelling Maandagmiddag reeds een verslag ontving. , za,l niet uitmaken, welke van beide soorten correspondenten t meest voorkomt, maar ik wil zeggen, dat ik nog lang niet met alle correspondenten heb kennis gemaakt en dat er dus nog zijn, die zelfs er niet toe kwamen, om zich „neder te zetten".

Laat dat anders worden. Alle correspondenten moeten voortdurend voeling houden èn met de Redactie èn met de Admistratie. En als er een corr. is, die tot zichzelf zou willen zeggen: zie, ik op mijn kleine dorpje heb nu niets te melden, laat hij zich dan vooraf afvragen: Ben ik wel een goed correspondent?

Een goed corr. heeft altijd exemplaren van De Bode uitstaan, om lezers te winnen, hoort ge, altijd!

Een goed corr. tracht altijd advertentie's te winnen voor ons Bondsblad.

Een goed corr. heeft altijd een briefkaart in z'n zak, om, zoodra hij wat hoort of ziet, dat voor de J. V. van belang is, dit even aan de Redactie te melden.

Een goed corr. schrijft wel dikwijls, maar niet veel en hij zendt alles, waar het behoort.

Mag ik met een enkelen „leefregel" voor den corr. eindigen? Laat geen kwartaal voorbg gaan, waarin ge niet tenminste iets hebt gemeld en tenminste iets hebt besteld.

Nog wordt een enkele vraag beantwoord, daarna sluit de Voorzitter de vergadering met gebed.

COMMISSIE VOOR ZENDING.

\ oorzitter is de heer H. v. d. Dool, die met een hartelijk woord van welkom opent. Hij constateert een steeds toenemende belangstelling in het werk van de Zendingscommissie. Maar, zegt hij, wij zijn er nog niet; ieder moet meewerken om de belangstelling voor en kennis van zending te vermeerderen, daartoe herhaalt hij ook de woorden van den Bondsvoorzitter „Laboremus", Aan 't werk, mannen!

Dan volgt verslag van den secr., die bij afwezigheid van den penningmeester, ook diens verslag uitbrengt.

De verslagen geven aanleiding tot eenige bespreking. Met algemeene belangstelling is 't bericht vernomen, dat de

Sluiten