Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De kennis, zoo zegt spreker, van de Zending is bij de christenen over het algemeen onrustbarend gering. Tengevolge daarvan is het met de liefde ook vaak droevig gesteld. Liefde door kennis is een regel, die ook hier van kracht is. Verstrekking van kennis is dan ook het meest urgente punt in de Home-organisation. De Zending is een mogendheid in knechtsgestalte genoemd. De nadruk is tot nog toe overmatig sterk op haar uiterlijke verschijning, de .knechtsgestalte, gevallen. Daarom is haar een 'weinig in het oogvallende plaats toegewezen. De Zendingsstudie ontleent haar urgentie aan de tijdsomstandigheden.

In de 19e eeuw en in de laatste jaren van de daaraan voorafgaande is ei een geestelijke ontwaking gekomen. De Protestantsche Chiistenheid is zich eindelijk bewust geworden van haar Zendingsplicht. Het eenige land, dat reeds vroeger een gunstige uitzondering heeft gemaakt, is ons vaderland. Dit strekt onzen voorvaderen des te meei tot eer, omdat zij het, vooral in den aanvang, gedaan hebben uit diep besef van de verantwoordelijkheid, die op hen rustte, omdat God hun de heerschappij geschonken had over zooveel millioenen zielen in Indiƫ. De zendeling volgde den koopman of ontdekker op den voet. En nu, overal weerklinkt de roep van het Evangelie. De strijd is over de geheele wereld ontbrand. Groote en v eelbeteekenende rijken als China en Japan, vroeger onverbiddelijk voor den blanke gesloten, hebben voor den aandrang van het wereldverkeer moeten zwichten en zijn geheel toegankelijk geworden. Zij hebben waargenomen, dat de macht van den blanke is gelegen in zijn geestelijke en intelleetueele meerderheid. Een drang naar ontwikkeling is er gekomen, waarvan we* de uitkomst hebben aanschouwd in de bliksemsnelle opkomst van Japan. Ook de overwinning van Japan op Rusland is van zeer groote beteekenis voor de Zending. Er is een schok gevaren door de Aziatische volkeren. Overal is er een roep gekomen om beschaving, om verlichting, om wetenschap, om hervorming. Onderwijs is het verlossingswoord van dezen tijd voor hen. Die kreet klinkt uit China, uit Britsch-Indiƫ, uit Java, uit alle Aziatische landen van eenige beteekenis. En wat zal er nu geschieden ? Zal men ze de Westersche beschaving en de wetenschap geven zonder het Evangelie, waaruit die zijn ontkiemd, om ze zoo den geestelijken dood tegemoet te voeren ? Zal men de vruchten des Evangelies binden aan de takken van den dorren boom des Heidendoms. Neen, de Boom des Levens zelve moet daar geplant worden. In dien kreet van onderwijs en beschaving ligt een roepstem Gods tot de Christenen van onzen tijd. Zoo legt God het op het oogenblik voor de verantwoordelijkheid der Christenheid, of de leiding der wereld zal behooren aan een volk ^an chiistenen of aan, ja wie weet wat voor menschen. Maar alles wordt nog klemmender, als wij bedenken, dat in onze dagen, nu er zoo groote scharen onder den invloed van het Evangelie kunnen gebiacht woiden, ook de vijand op allerlei manieren zijn leger mobiliseert. De Islam is wakker geschud. Zijn oude idealen zijn weer levendig geworden onder zijn belijders. Met steeds grooter kracht diingt hij voorwaarts. Op het oogenblik kunnen wij op de

Sluiten