Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Spreker roept allen, die in de laatste uren nog in „de Dageraad" zijn aangekomen, een hartelijk welkom toe, en spreekt naar aanleiding van het voorgelezene eenige hartelijke woorden, wijzende op den hefdetoon van 1 Cor. 13, die heerschen moet in ons Verbond en ook in deze vergadering.

Hij herinnert er aan, dat deze dag (4 Mei) de sterfdag is van den onvergetelijken Bondsvader Van Oosterwijk Bruyn, die door de Liefde heeft overwonnen, en op wiens groeve gebeiteld staat: „brode zij dank die ons de overwinning geeft daor onzen Heer Jezus Christus. In zijn geest gaan wij voort, terwijl spreker herinnert aan de slotwoorden van 1 Cor. 13, 14, en 15 waardoor 't wel schijnt alsof Paulus met zijne welversneden pen juist voor onze Bondsdagen geschreven heeft. Moge onze arbeid d. w. z. onze moeite, inspanning, opoffering niet ijdel zijn in den Heer! Inspanning en arbeid moeten daarom onze beste vrienden wezen.

Vervolgens merkt hij op, dat wij bijeen zijn als werkers, die verschillende werkzaamheden hebben te verrichten, en stelt daarom direct de agenda aan de orde, nadat hij eerst nog voorlezing heeft gedaan van een ingekomen schrijven van de afd. „Onesimus" te Kotcerdam, inhoudende het verzoek, eerst punt d. van deze agenda • „bespreking van de Bondsgeldmiddelen" te behandelen.

Aan dit verzoek kan niet worden voldaan, aangezien de inleider, de heer billem, nog niet aanwezig is.

Punt 1. Verslag Redactie van De Jongelingsbode.

Het lid der Redactie, Ds. P. Veen, leidt dit punt in met de eenvoudige verwijzing naar het verslag, dat in De Bode van ^1 April is opgenomen.

Op de vraag van den voorz., wie over dit verslag het woord wenscht, doet de heer van Heijningen (Bussum) aan de Redactie het verzoek, lyj het plaatsen van vragen in de „vragenbus" meer rekening te willen houden met de heerschende gedachte in ons Verbond, en eveneens daarmede te rekenen bij het beantwoorden dier vragen, üij wijst op het opnemen van deze vraag in De Bode van 6, »ls het boek Jona een verhaal of verdichtsel?" Het spijt e afd. Bussum zeer, dat deze vraag is opgenomen. Juist het waar zijn der boeken stempelt ze tot Gods Woord. De opname is niet bevorderlijk voor de instandhouding van den vrede in ons Verbond met het oog op het gevaarlijke van Schriftcritiek. Als men zóó voortgaat, waar is de grens? Zou de Redactie de belofte willen ' doen, dat zoo iets niet weer zal gebeuren ?

Ds. Veen antwoordt, dat deze belofte moeilijk te geven is Hij zal de opmerking echter gaarne met de andere leden der Redactie bespreken, maar geeft de verzekering, dat deze altijd tracht, zoo objectiet mogelijk te redigeeren.

De heer de Boer zegt, dat de Redactie het opnemen van deze vraag zeker niet in strijd heeft geacht met den grondslag van het V er bond, en ook de heer Wielemaker niet. Wanneer een Bondslid in De Bode iets wil meedeelen of vragen, wat niet geacht mag worden _ in strijd te zijn met den grondslag, dan kan de Redactie zulks niet weigeren.

Sluiten