Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Bondsvoorzitter merkt op, dat de broeders niet zoo moeten ingrijpen in datgene, wat mannen van beteekenis in De Bode schrijven. Drukt iemand zich echter, naar men meent, verkeerd uit, welnu dan staat De Bode voor elk Bondslid open.

De heer Wegerif (Apeldoorn) vraagt naar hetmeemgsverschil, dat er, naar hij hoorde, bestaat tusschen de Redactie en de Comm. van drankbestr. door geh. onth.

Ds P. Veen antwoordt, dat er alleen een verschil van meening bestond over een ondergeschikte zaak. Op 't oogenblik is de verhouding perfect in orde. De Redactie hoopt op een geduchte medewerking. , , De Bondsvoorzitter zegt, dat het alleen ging over den

vorm, niet over den inhoud. .

De heer Piet er se (Wemeldinge) als afgev. van den ring (*oes, doet een klacht hooren aan het adres der Redactie over het nietopnemen van vereenigingsberichten uit Zeeland. Die provincie wordt naar hij meent, al zeer slecht bedacht. Trouwens, men zendt nu maar niet meer in: 't wordt toch niet-opgenomen. Is er zoon gebrek aan plaatsruimte? Laat dan de rubriek, „bladvulling" maar

De heer De Boer deelt hierop mede, dat sedert Januari door de afdeelingen werden ingezonden 247 verslagen. Wil men nu alleen in De Bode de verslagen der afd. lezen en niets meer, wel nu dan kan alles worden opgenomen. Wenscht men nog wat anders, dan moet er geducht worden „besnoeid". Van een bevoorrechting van de eene provincie boven de andere is geen sprake. Men moet

in zijn oordeel billijk zijn.

De heer Pieterse meent, dat verslagen van jaarfeesten zoo noodig moeten wijken voor die van ring- of provinciale vergaderingen.

De Voorzitter dankt de Redactie namens het Verbond zeer voor al haar arbeid en bidt haar den zegen des Heeren op dien

arbeid toe.

Punt 16. Verslag bondsuitgaven:

De heer Van Bommel laat „gespecificeerd" hooren het aantal, dat van elk der bondsuitgaven is verschenen of verkocht.

De Bode ging met 500 abonné's vooruit. „Jong Holland klom van 1760 tot 1818 exempl. „Letterkunde" van 625—685. Van Christophilus werden 4750 exempl. verkocht. Zakkalender had een onlaa^ van 20.000, de Bondsdasjherinneringen 2686, terwijl <2058 insignes van de hand gingen, 149 ex. Jn de oude en nieuwe wereld", + 3000 tractaten Witte-Kruis, 1050 bondsliederen,

72 ex. ' Uit de schatkamer" enz. .

De heer Kostelijk (Broek op Langedijk) vraagt of het niet wenschelijk zou zijn bij advertentie, de overgebleven exemplaren van „Christophilus aan te bieden. . ,

De heer Schut (Gouda) meent, dat de herinnering aan den Haagschen Bondsdag te lang uitbleef. Kan het boekje ook met m

kleiner formaat verschijnen?

De heer Van Bommel verwijst voor de beantwoording dezer

vraag naar de Samenstellers.

Sluiten