Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

helpen. Spreker herinnert aan de sectievergadering van de Zendingscommissie van dezen middag, waarin een kweekeling sprak. Hij vindt het Zendingswerk heerlijk en is zelf penningmeester van het Ned. Comité voor de Rijnsche Zending. Ook de Zendingsactie in onzen kring is uitstekend, maar toch veroorlooft hij zich de opmerking, dat wat het financiëele ten dezen opzichte betreft, er bij ons geen evenwicht is. Is de toename van de bijdragen aan de Zendingscommissie niet onthouden aan den Bondspenningmeester, die toch in de eerste plaats in staat moet worden gesteld, aan de verplichtingen van den groeienden Bondsarbeid te kunnen voldoen ?

Verder wijst de heer Sillem op enkele zaken, die als middelen zouden kunnen dienen, om het financieel evenwicht te herstellen. De Bondsuitgaven, advertentiën in Bode enz., het winnen van meerdere contribuanten, het betalen door de afd. van de reiskosten der sprekers (ook van broeders-agenten), het aandringen bij vermogende christenen enz. enz. We hebben in den laatsten tijd te veel met financieële moeilijkheden te kampen.

Betaald worden kan het zeker, als de vrienden het maar willen. Enkele persoonlijke ontzeggingen (het rooken van een sigaar b.v.) voorzoover dit daarvoor noodig is, zouden onzen financieëlen toestand reeds kunnen verbeteren.

De heer Sillem roept in het bijzonder de medewerking van correspondenten in, vooral wat betreft het winnen van advertentiën en het behulpzaam zijn bij het incasseeren van kleine bedragen. leder moet nu vanaf heden eens medewerken.

De heer van Galen Last (Amersfoort) zegt. dat zijn afd. zich de vraag heeft gesteld: „Zijn wij met de Zending in ons N. J. V. op den goeden weg?" Deze vraag kwam op naar aanleiding van een bespreking over den financiëelen toestand van het Y erbond, die de afdeeling Amersfoort betreurt. Het antwoord was: „financiëel niet." Hij dient namens Amersfoort een motie in, inhoudende de wenschelijkheid, dat wanneer de opleiding van broeder Muijlwijk als Zendeling is geschied, de C. v. Z. in het N. J. V. zich dan uitsluitend zal bezighouden met leiding te geven aan de Zendingsstudie en slechts gelden zal blijven verzamelen als daardoor het uitzenden van een Algemeen Secretaris voor Indië mogelijk is.

Ds. P. Veen herinnert in verband met den financiëelen toestand aan zijn mededeelingen in De Bode over Denemarken. Daar betaalt elk lid per jaar een kroon (pl. m. 70 ets.) Het Deensch Verbond is ongeveer even groot als het onze.

Kunnen wij nu per jaar geen f 5500 opbrengen? Zeker kunnen we dat! De Penn. heeft gevraagd naar een idee uit het midden dezer vergadering. Welnu, spreker heeft reeds langen tijd een idee, dat enkele vrinden wel van hem weten. Als men eens aanstelde provinciale penningmeesters, die in contact staan met de ringpenningmeesters, welke konden worden uitgenoodigd de Bondscontributie te incasseeren bij de afdeelingen, dan zou men misschien hierin vooruitgaan, dat de afd. geregeld op hunne verplichtingen worden gewezen. Hij herinnert aan het bekende: „Dat beloven wij!" van het gouden jubileum te Amsterdam. Als we vanavond

Sluiten