Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeggen: „ Wij beloven" en we komen die belofte nu ook eens na, dan komt alles in orde.

De Bondsvoorzitter gaat voort de vrienden aan dat moment in de jubileumdagen te herinneren, aan het einde waarvan nu in deze vergadering allen opstaan en met geestdrift uitroepen, ook met het oog op het dekken van het tekort:

„Dat beloven wij!"

De heer Landstra (Leeuwarden) wijst op advertentiebureau's, als instellingen, uitnemend geschikt, om meerdere annonces te winnen.

De heer Van Bommel meent, dat men dan verplicht is, elke advertentie op te nemen, die dat bureau inzendt!

De heer Landstra zegt, dat dit zijne ervaring niet is.

De heer Van den Dool (Baarn) zegt, dat de C. v. Z. niet in „het vaarwater" komt van den Bondspenningmeester.

De dubbeltjes van de bons b.v. moeten niet komen uit den zak der leden, maar de bedoeling der Commissie is, deze bons door hen aan anderen te laten verkoopen.

De schuld zit niet by die afdeelingen, die zoo ruim bijdragen voor de Zending, maar bij die, welke hunne verplichtingen niet nakomen ten opzichte van hun eigen Verbond.

De Bondspenn. moet blijven nr. 1, de commissie v. Zending nr. 2. Laat elk lid zijn Bondscent betalen. Zijne afdeeling liet dit nooit na.

De heer Kijne (Zwolle) maakt de opmerking, dat afdeelingen, in wier midden sterke Zendingsliefde gevonden wordt, zeker ook de beste Bondsafdeelingen zullen zijn, ook wat het zenden der bijdragen betreft. Hij wijst daartoe op Vlaardingen, van welke afdeeling hij langen tijd lid was.

De heer l a a p ( Utrecht) zegt: een tekort kan worden weggenomen door meer ontvangsten of door minder uitgaven, en vraagt: hoe het staat met de uitvoering van het genomen besluit: verplichte contributie? Wordt daaraan wel de hand gehouden? Kunnen de uitgaven niet wat verminderd worden? De Bode zag haar abonnentental vermeerderen en toch inplaats vau een voordeelig een nadeelig saldo op dezen post. Schuilt in het beheer daarvan ook een fout?

De heer Van Bommel herinnert aan het verschijnen van veel bijbladen, dat 180 heeft gekost.

De heer Sillem bestrijdt de meening, als zou daarin het tekort van den Bode schuilen. De redactiekosten waren iets hooger en die kunnen toch beslist niet verminderen. Alles wordt zoo zuinig mogelijk overlegd.

De heer De Boer wijst op het verschijnen van 14 pagina's meer; op het register van den inhoud aan het eind van den jaargang enz. Wil men bezuiniging, die trouwens zeer gering zal kunnen zyn, dan moet dit ten koste van den inhoud. De Redactie gaat zoo zuinig mogelijk te werk.

De Bondsvoorzitter roept hartelijk welkom toe aan broeder rliedner, predikant te Madrid, die inmiddels ter vergadering is gekomen. „We zijn bezig met het financiëele vraagstuk, maar hebben

Sluiten