Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook nu hieven wij een Kroningslied ter eer van onzen verhoogden Koning aan en wel:

„God vaart voor het oog,

Met gejuich omhoog.

't Schel bazuingeluid,

Galmt Gods glorie uit.

Hij de Vorst der aard, ■

Is die hulde waard."

Een plechtig oogenblik volgde, toen de Bondsvoorzitter de vergadering „In den Naam des Vaders, en des Zoons en des Heiligen Geestes" opende en de gansche schare jonge mannen staande en luide met hem belijdenis van het Geloof deed. Gelezen was Phil. 2 : 1—11. Daarna ging Ds. v. Noort voor in gebed.

Alvorens den Voorzitter der Regelings Commissie gelegenheid te geven, zijn welkomstwoord te spreken, verzocht, ter wille van den tijd, de Voorzitter den H.H. Jhr. Mr. W. O. Quarles van Ufford, J. Visser (Haarlem) en v. H e ij n i n g e n (Bussum) het stembureau te willen vormen en den stemgerechtigden leden hun stemmen uit te brengen.

Vervolgens spreekt de Heer J. H. van Noort, Voorzitter der Regel. Commissie ongeveer als volgt:

Toen eenige weken na den Haagschen Bondsdag ons de tijding bereikte: de 57e Algemeene Vergadering van het Nederlandsch Jongelingsverbond zal te Zwolle zijn, was er blijdschap in onze ziel, en de drie Bondsafdeelingen bier, hielden een gebedsure en er werd door hen gezongen van Een Koning, die aanvoert in het strijden onder één vaan. De dag, zoo lang verbeid, zoo veel omvattend en zoo heerlijk in zijn wezen, is eindelijk gekomen.

Naar Zwolle kwaamt gij allen

De roem van 't Oversticht De stad, die met zijn wallen

Rondom in 't water ligt.

In wagenen zonder paarden

Op uwe voeten bêi Of ook op stalen rossen Al op den 5en Mei.

Ja, wij mogen met het oog op onzen Bondsdag het woord van den Koninklijken zanger op de lippen nemen: Dit is de dag, dien de Heer ons gemaakt heeft, laat ons op denzelven verblijd zijn.

Na 16 jaren afwezigheid mogen wij u weder een welkom toeroepen, Bondsbestuur en leden uit alle oorden van ons Vaderland. Eere-Comité, Gij ontvangt met ons den Bond. Door u gerugsteund werd onze arbeid zeer verlicht. Dank aan het Bondsbestuur, dank vooral aan Ds. v. Noort en Ds. Veen, die hier het belang van het N. J. V. hebben willen bepleiten. Zoo moge deze dag onder biddend opzien tot God leiden tot den beslisten overgang van velen tot Eén Doel — Eén Ideaal — namelijk Jezus Christus te verheerlijken als hun eeuwigen Koning en Heer.

Sluiten