Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jongelingen!

Blijft in de lijn uwer wondre historie Nooit worde uw hart door den Booz' overmand,

U zij de zege, en Christus de glorie,

Zaad van Gods Kerk — blijf het zout van ons land.

(Applaus).

Daarna hield de Voorzitter de volgende rede:

Waarde Bondsbroeders,

Leden van het Nederlandsch Jongelingsverbond!

Zijt mij gegroet, van heeler harte gegroet in het vriendelijke Zwolle, de wonderschoone plek van grachten en singels, markten en pleinen, poorten en torens, bergen en eilanden zelfs, de beroemde veste van weleer, die haar krijgsmantel heeft afgelegd en thans als een gulle gastvrouw, ook nog met oranjebloesems in het haar, (30 April!) met open armen de elk jaar meer aangroeiende schaar van Bondsbroeders in den lande ontvangt, 't zij ze per vurigen salamander langs „lijnen van gelijdelijkheid" herwaarts gekomen zijn, 't zij ze „in schuyten volgelaeden" als koene zeelui de onzekere baren hebben gekliefd, 't zij ze op het stalen ros, in atax of auto, of ook met het oudste vervoermiddel „per pedes apostolorum" deze Transislanische lustwarande hebben bereikt!

Hulde voor het oude, trouwe Swollae, waar niet alleen het watër maar ook de Bondsliefde door veel aanvoer in den loop der jaren sterk „zwol", „de stad", om in den trant van een vroeger poëet haar lof te bezingen,

„de stad aan 't Swarte Waeter, de roem van het Overstight,

die weêr den vijfden Meye heel Neêrlants Bondt verplight,"

en die niet ten darden maar ten vierden mael den Bondt berght in haar schoot en — 't zij haar tot blijvende eere! — zelve blijkens hare uitnoodiging in onzen immers „nimmer feilenden" Bode den tel schijnt kwijt geraakt van haar herhaald vriendschapsbetoon, — ofschoon hier Willem Bartjens heeft gewoond — maar om nu zelfs daarop nog de kroon te drukken in den schoon verluchten en fijn gestyleerden Gids der Regelingscommissie toekomstmuziek doet hooren door tot tweemaal toe van een nu weer volgenden Bondsdag te spreken, als wanneer het Reventer of Refectorium zal zijn gerestaureerd en de Zwollenaar u met fierheid zal kunnen wijzen, op het trotsche Raadhuis, met zijn forschen, kloeken toren er op!

Immers, Zwolle roept, ons tegen: „driemaal moge scheepsrecht zijn, viermaal is Bondstrouw, en klaverdrie moge meer voorkomen, 't zeldzame klavervier groeit hier." In 1867, 1877 en 1894 hebt gij ons met kameraadschappelijke gastvrijheid ontvangen, maar thans schijnt het wel, alsof gij nog zelfs de Serné's en de Zeihorsten in toewijding en vuur hebt willen overtreffen;, dank uit naam van heel het Verbond, waarvan gij de afgevaardigden van Dollart tot Schelde, van Hollands duin tot Germanje in grooten

Sluiten