Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van den heer B. J. Gerretson kwam een schrijven in met gelukwensch en mededeeling dat ZEd. tot zijn leedwezen niet kon komen. Gelijk schrijven was ingekomen van den heer James te Sluis.

Verder een gelukwenschbrief van Ds. C. L. Laan, van Brussel, en een uit Zwijndrecht van het Bondslid, br. Los; tevens had Dr. Wielenga Pred. der Ger. Kerk te Zwolle bericht van verhindering gezonden.

Het Eerelid, Ds. P. J. Moe ton, Haarlem telegrafeerde:

„Een gezegend en zegenend da capo, van 1867" terwijl br. A. L. J. Schmal Jr., door ziekte verhinderd aanwezig te zijn, een telegram zond luidende: „Met U vereenigd in trouw aan den Koning , en de firma Callenbach te Nijkerk: „Hebt een goeden en gezegenden dag."

Ter afwisseling zong de vergadering het eerste en het laatste vers van ons Bondslied.

Alsnu werd het verslag van den Secretaris, afgedrukt in den Bode, in bespreking gebracht, waarvan in de eerste plaats gebruik maakte de heer H. A. de Boer Azn., die vraagt, of de Statistiek in het jaarverslag niet achterwege kan blijven, daar die toch in Christofilus staat en het toch altijd tot de onmogelijkheden zal blijven behooren, overeenstemming in de beide opgaven te brengen. Vervolgens heeft spr. bezwaar tegen twee feiten in de „ Jong-Holland"clausule, waar het handelt over een belangrijk verliescijfer, dat J. H. zou opleveren en geeft dientengevolge gewijzigde clausule, die hij aanraadt over te nemen en wel:

„Het liet zich aanzien, dat de exploitatiekosten van Jong-Holland weder een belangrijk verliescijfer zou opleveren. Hoe belangrijk wij het ook achten een blad voor onze knapen te hebben, toch werden de groote offers, die het jaarlijks vroeg te zwaar. Een bespreking in de Dag. Com. met den Redacteur van het blad leidde er toe, op voorstel van den heer Quarles van Ufford, dat den heer De Boer werd opgedragen bij de red. ook de adm. van het blad op zich te nemen en dat hem een tegemoetkoming van ten hoogste ƒ100. voor het jaar 1910 werd toegezegd. Dit voorstel werd aanvaard. De heer De Boer verminderde daarop met ingang van den nieuwen jaargang den abonnementsprijs tot f 1.—. Wij wenschen hartelijk den heer De Boer en zijn staf van medewerkers wijsheid en zegen toe."

Vervolgens wijst hij op eene onjuistheid in hetgeen is gezegd over de samenstelling der Commissie voor het geven van advies op een 4-tal vragen door het B.B. gesteld. Er staat: er zouden opzettelijk geen Bondsbestuurders benoemd zijn. Dit is onjuist. Er hebben twee Bondsbestuurders zitting in gehad. De volgende opmerking geldt de vriendelijke anticipaties van den Verslaggever in zake den Liederenbundel, van de commissie waarvan spr. de eer heeft deel uit te maken. Hij wil het Verbond niet in den waan laten, dat de bundel binnen korten tijd het licht zal zien, daar dit nc[g gansch niet zeker is: een half jaar zal er zeker mede verloopen. Hij hoopt, dat de verslaggever dergelijke toekomstbeloften in den vervolge zal achterwege houden. Ten slotte is het hem opgevallen,

Sluiten